De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
Hierbij zend ik mijn beantwoording van de schriftelijke vragen en opmerkingen van de Kamer over de brieven van 21 november 2007 inzake het Masterplan buitenland (30 918, nr. 27), 8 januari 2008 inzake nadere informatie over gezinsleden van actieve militairen in het buitenland (30 918, nr. 29) en 8 januari 2008 over een regeling voor verdragsgerechtigden (VWS-08-62).
Bij de beantwoording van de vragen heb ik zoveel mogelijk de volgorde van het verslag en de indeling van het schriftelijk overleg gevolgd. De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het gepresenteerde Masterplan en danken de regering voor de toezegging om het amendement van mevrouw Oomen-Ruijten in het Europees parlement te steunen, waarmee gezinsleden van actief dienende militairen die in het buitenland wonen ook onder de dekking van de zorgverzekering komen te vallen. Ook spreken de leden van de CDA-fractie hun dank uit voor het feit dat de regering in Europa de discussie over de financiering van de zorg wil aanzwengelen; nu financieren de meeste landen hun zorg bijna helemaal uit belastingen en Nederland financiert de zorg uit premies. De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat dit forse effecten geeft in het buitenlanddossier en vragen hoe het initiatief dat de Europese Commissie heeft genomen op dit moment verloopt en welke einduitkomst de regering voor ogen staat in deze discussie. Mensen in het buitenland hebben op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening recht op zorg ten laste van Nederland en tegenover dit recht staat dat zij aan Nederland een verdragsbijdrage moeten betalen. Tegelijk kan het voorkomen dat zij via de belasting in hun woonland nog eens bijdragen aan de kosten van de zorg in dat land. Dit wordt veroorzaakt doordat tot nu toe geen coördinatie plaatsvindt tussen sociale zekerheid en belastingheffing. In het kader van een begonnen Europese discussie over een eerlijke verdeling van de kosten van de gezondheidszorg tussen EU-lidstaten heeft Nederland gewezen op dit verschijnsel. De Commissie is inmiddels begonnen met het inwinnen van de standpunten van de overige lidstaten. Naar verwachting zal onder het Franse voorzitterschap, in de tweede helft van 2008, een begin worden gemaakt met de inhoudelijke discussie. De Nederlandse inzet daarbij is dat er bij de financiering van de zorg in grensoverschrijdende situaties een relatie wordt gelegd tussen de middelen die opgebracht worden door middel van premieheffing en de middelen die worden opgebracht door middel van belastingheffing. Verder zijn de leden van de CDA-fractie verheugd dat de regering de gezinsleden van grensarbeiders onder dekking van zowel het woonland als het werkland van de kostwinner brengt. Zij zien het Masterplan als een eerste stap voor het oplossen van een aantal resterende problemen, die helaas twee jaar na de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) nog steeds bestaan. Deze leden hopen dat de vele gerechtelijke procedures snel tot een einde zullen komen en verzoeken de regering aan te geven hoe zij hieraan zal bijdragen. Tegen de toepassing van de Europese sociale zekerheidsverordening (de Verordening) en de daaruit voortvloeiende verplichting tot betaling van een verdragsbijdrage worden al sinds de invoering van de Zvw procedures gevoerd door een klein deel van in het buitenland wonende verdragsgerechtigden, in de media ook wel met “pensionado’s” aangeduid. Het gaat om ruim 3 000 personen op een totaalbestand van circa 200 000 verdragsgerechtigden. Het gaat hierbij dus om minder van 2% van het totale bestand van verdragsgerechtigden, vergelijkbaar met het percentage in Nederland wonende personen dat ten onrechte niet verzekerd is voor de Zorgverzekeringswet (1,5%). De Rechtbank Amsterdam heeft op 1 februari jl. uitspraken gedaan in een aantal principiële beroepszaken en heeft de betrokken pensionado’s op alle punten in het ongelijk gesteld. De Rechtbank oordeelt onder meer dat zorg in woonland geen keuzerecht is maar een verplichting, dat de heffing van bijdrage niet in strijd is met het vrij verkeer van personen noch met het burgerschap van de Europese Unie en dat de regeling waarmee de hoogte van de bijdrage wordt geregeld niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tenslotte concludeert de Rechtbank nog dat zij overigens onvoldoende grond zag om prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie. De leden van de CDA-fractie hebben de kritiek van de Nationale Ombudsman bij de invoering gelezen en verzoeken de regering aan te geven welke lessen zij hieruit trekt. In het rapport van de Nationale Ombudsman klonk kritiek door op zowel de inhoud als het tijdstip waarop voorlichting aan in het buitenland wonende personen heeft plaatsgevonden. Zoals mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer heeft gemeld, heeft de regering er lessen uit getrokken: voorlichting is één van de belangrijkste pijlers bij de implementatie van nieuw beleid. Ik ben daarom van mening dat goede, vroegtijdige voorlichting essentieel is voor een zorgvuldige invoering van regelgeving.
Vooral de communicatie voor de invoering van de Zvw was volgens de leden van de CDA-fractie volstrekt onvoldoende en zij constateren dat het CVZ lange tijd niet in staat was zijn taken te vervullen. Deze leden vragen in dit verband op welke wijze belangenorganisaties input hebben kunnen leveren voor het voorliggende Masterplan en wanneer er ontmoetingen met belanghebbenden en hun vertegenwoordigers zijn geweest. Er is met tal van organisaties, belangengroepen en instanties gesproken over de grensoverschrijdende aspecten van de Zvw. Niet alleen voorafgaand aan het opstellen van het Masterplan Buitenland, maar ook eerder al in de aanloop naar de invoering van de Zvw. Over de verzekeringspositie van expats is gesproken met vertegenwoordigers van verschillende multinationals en de koepelorganisatie VNO-NCW. Ook in internationaal verband heeft hierover afstemming plaatsgevonden met werkgevers- en werknemersorganisaties en met de overige lidstaten. Over de belangen van het defensiepersoneel is overlegd met het Ministerie van Defensie. Verder is over deze kwestie contact geweest met de vakbeweging en met Europees Parlementariër mevrouw Oomen-Ruijten, die de belangen van deze personen in het Europees Parlement heeft behartigd. Met betrekking tot de verzekeringssituatie van studenten is contact geweest met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Over de kwesties van de verzekeringspositie van asielzoekers met een verblijfsvergunning en aanvragers van een verblijfsvergunning, waaronder MVV-ers, is overleg gevoerd met het Ministerie van Justitie. De grensarbeiders hebben op verschillende momenten via vakbeweging, de Commissie grensarbeiders, lobbyorganisaties en de Bureaus voor Belgische en Duitse Zaken inbreng voor het Masterplan geleverd.
Over de belangen van in het buitenland wonende verdragsgerechtigden is meermalen gecorrespondeerd met de Belangengroep KB 746 en de Stichting Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB). Met deze laatste stichting is ook nog ambtelijk overleg gevoerd. Het regeringsstandpunt met betrekking tot de door de pensionado’s aangespannen rechtszaken inzake de toepasselijkheid van de Verordening is geformuleerd nadat ter zake de opvattingen zijn ingewonnen van de Europese Commissie, de overige lidstaten en enkele Europeesrechtelijke experts.
Ook vragen de leden van de CDA-fractie welk communicatieplan is opgesteld voor de invoering van de Antillenregeling.