Home
Zoek op kernwoord
Actueel nieuws
Zorgverzekering Belgie
Pensionado's
VWS Monitor 2010
Verslag advocaat Pijnacker Hordijk van de zitting EHvJ
Aantekeningen bij de pleitnota van de advocaat van de SBNGBB
Correctie Jaarrekeningen CVZ
Voorlichtingsavond Nederlandse gepensioneerden op 26 april 2010
Uit een brief van het CVZ
Nieuw beleid verdragsgerechtigden wonend in buitenland
CM en de reisverzekeringen
VWS Verzekerdenmonitor
Chaos bij CVZ
Centrale Raad voor Beroep Pleitnota
Woonlandfactor 2009
Medisch toerisme stijgt dramatisch de komende 10 jaar
Hoger Beroep CRvB
Restitutie teveel betaalde bijdrage
Behandeling in Nederland voor Pensionado's
ziektekosten v. reisverzekering buiten Europa
Conceptrichtlijn van de EC over de grensoverschrijdende zorg.
Aanvullende mededeling van de EC op de concept-richtlijn
Verslag gesprek met CM over reisverzekeringen
Stichting SBNGB
Woonlandfactor
Keuzerecht
Processen
Bezwaarschriften
Parlement en Ministerie
Brieven en mededelingen
Pensioenfondsen
SBNGB antwoordt op Masterplan
Antwoord Minister Masterplan (1)
Antwoord Masterplan (2)
Antwoord Masterplan (3)
Antwoord Masterplan (4)
Antwoord Masterplan Conclusie (1)
Antwoord Masterplan Conclusie (2)
Brief SBNGB aan minister Klink 7 dec 2007
CVZ Verweerschrift 24 april
SVB Verweerschrift 24 april
Naar het ziekenhuis, wat nu...
Emigreren op oudere leeftijd
Europa
Wetten
Beleggen en investeren
Diversen
Forum
NederBelgisch Blog
Abonneren Nieuwsbrief
Contact
Links
Archief
   
 


Op 27 februari heb ik met de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in aanwezigheid van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, overleg gehad over de voorlichtings- en inschrijvingsactiviteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van de Antillenregeling. Ik verwijs op deze plaats kortheidshalve naar mijn afzonderlijke brief over dit onderwerp.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe communicatie plaatsvindt over het eigen risico voor mensen die via het CVZ verzekerd zijn. Zij vragen of het klopt dat mensen, die via de CZ¬polis verzekerd zijn, eerst meegedeeld kregen dat zij uitgezonderd waren van het eigen risico, om vervolgens een ander polisblad te krijgen. Wat is nu precies de situatie rond het eigen risico, zo vragen deze leden.

Het verplicht eigen risico is, in tegenstelling tot de no-claim teruggave regeling die onderdeel was van de premiestructuur, onderdeel van de Nederlandse zorgaanspraken. De bij CVZ ondergebrachte personen die in het buitenland wonen en ten laste van Nederland recht hebben op zorg (verdragsgerechtigden) volgens de wettelijke regeling van hun woonland (woonlandpakket) hebben daarom niet te maken met het Nederlandse verplicht eigen risico. Zij hebben alleen te maken met eventueel in dat land geldende eigen betalingen.  Wat betreft de spiegelsituatie – buitenlands verzekerden die in Nederland wonen en ondergebracht zijn bij zorgverzekeraar CZ – merk ik het volgende op. Op deze categorie van personen is het eigen risico van toepassing omdat zij gebruik maken van de Nederlandse zorgaanspraken. Helaas zijn zij vorig jaar in eerste instantie onjuist voorgelicht door CZ als zouden zij niet te maken hebben met het eigen risico. Dit is later door CZ hersteld.

Samenvattend is de situatie rond het verplicht eigen risico als volgt. Het eigen risico is onderdeel van het Nederlandse zorgaansprakenpakket dus op degenen die gebruik maken
van de Nederlandse zorg is het in beginsel van toepassing. Dit betreft de Zvw-verzekerden en in Nederland wonende of tijdelijk verblijvende buitenlandse verzekerden. Alleen met betrekking tot die laatste categorie is besloten om - gelet op de (toename van de) administratieve lastendruk die het in rekening brengen van het eigen risico bij hen met zich zou brengen en het geringe bedrag aan eigen risico dat in de betreffende gevallen in rekening zou moeten worden gebracht (€ 0,41 per dag verblijf in Nederland) – af te zien van het in rekening brengen van het verplicht eigen risico.  In het buitenland wonende verdragsgerechtigden worden niet met het verplicht eigen risico geconfronteerd.
De leden van de CDA-fractie constateren dat er vele wetswijzigingen zijn geweest met betrekking tot de zorgtoeslag en vragen hoe de communicatie daarover en over de berekening van de zorgtoeslag plaatsvindt.

Bij de aanvang van de woonlandfactor werd een Nederlandstalige brief met toelichting verzonden. Daarbij werd, afhankelijk van het desbetreffende woonland, een vertaling gevoegd in het Duits, Engels, Frans, Spaans of Turks. Zo ontvingen Zwitsers een Duitse en Marokkanen een Franse vertaling. Burgers woonachtig in landen waarin de leidende taal niet tot de bovenstaande lijst behoorde, ontvingen een Engelse vertaling. Niet in Nederland wonende burgers die ná de aanvang van de woonlandfactor een aanvraag deden, kregen een brief waarin de toepassing van de woonlandfactor werd toegelicht. Daarbij werd een bijlage gevoegd met een korte samenvatting van de inhoud van de brief in alle bovengenoemde talen. Indien de aanvraag vervolgens werd afgewezen, volgde een afwijzingsbrief waarin - ter motivering - de toepassing van de woonlandfactor nogmaals werd toegelicht. In enkele landen zijn ook de sociaal attachees van de Nederlandse ambassades aldaar actief om inwoners te helpen bij vragen over onder meer de zorgtoeslag. Ten slotte is deze groep, onder andere via relatiebeheer Toeslagen, vooraf over de regeling geïnformeerd.
De leden van de CDA-fractie hebben voorts gevraagd op welke wijze communicatie over de verzekeringsplicht plaatsvindt.

Algemene informatie over de verzekeringsplicht wordt verstrekt op de website van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor nieuwe ingezetenen is een brochure ontwikkeld in negen verschillende talen. Deze brochure is beschikbaar voor mensen die zich bij een gemeente inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie. De brochure zal ook geplaatst worden op diverse websites, waaronder die van dit ministerie.
De leden van de CDA-fractie hebben gevraagd of ik de maatregelen inzake het terugdringen van onverzekerden ook in gedachten heb voor de in het buitenland wonende verdragsgerechtigden. 
De groep personen waar deze leden op doelen zijn de in het buitenland wonende personen met (uitsluitend) een Nederlands pensioen of uitkering. Zij hebben in hun woonland recht op de zorg zoals die is voorzien in de sociale ziektekostenregeling van dat land (woonlandpakket). Deze mensen zijn een bijdrage verschuldigd die door de uitkeringsinstantie op het pensioen of de uitkering wordt ingehouden. Om hun aanspraak op zorg in het woonland te kunnen effectueren dienen zij zich in te schrijven bij het (buitenlandse) orgaan van de woonplaats. Ik kan hen daartoe evenwel niet dwingen.  De maatregelen die ik in het plan van aanpak overweeg ten aanzien van onverzekerden zijn voor deze groep personen niet nodig, omdat zij reeds op grond van het ontvangen van een Nederlands pensioen of uitkering bij het CVZ bekend zijn.

Over het eigen risico hebben de leden van de CDA-fractie nog een aantal aanvullende vragen. Allereerst vragen deze leden of een in Duitsland verzekerde grensarbeider recht op de no-claim korting had. En moet hij nu het eigen risico betalen alsmede de eigen bijdragen in de Duitse verzekering, zo vragen deze leden. Ook de leden van de PvdA-fractie vragen naar de samenhang tussen het verplicht eigen risico en eventuele eigen betalingen in het woonland.
Een in Duitsland werkzame grensarbeider valt op grond van de Verordening onder de sociale zekerheidswetgeving van Duitsland. Hij is in Duitsland verzekerd en betaalt daar ziektekostenpremies. Omdat de no-claim teruggave regeling onderdeel was van de Nederlandse premiestructuur was die no-claim teruggave regeling niet op hem van toepassing. Op grond van de Verordening heeft hij, naast het recht op zorg in Duitsland, ook recht op de zorg zoals die is geregeld in de sociale ziektekostenverzekeringen (de Zvw en de AWBZ) van het woonland, Nederland. De zorg in Nederland wordt georganiseerd door het Nederlandse orgaan van de woonplaats, zorgverzekeraar CZ. Omdat zoals hierboven aangegeven het verplicht eigen risico, in tegenstelling tot de no-claim teruggave regeling, onderdeel is van de zorgaanspraken is die ook van toepassing op buitenlandse verzekerden zoals de in Duitsland werkzame grensarbeider, wanneer die in Nederland zorg ontvangt. Wanneer deze in Duitland verzekerde grensarbeider in Duitsland zorg inroept, dan gebeurt dit onder de voorwaarden van de Duitse regelgeving, inclusief eventuele daar geldende eigen betalingen.
Ten slotte merken de leden van de CDA-fractie in dit verband nog op dat volgend jaar het Zorgbesluit wordt aangepast om het amendement-Van der Vlies uit te voeren, en verschillende categorieën zorg voor een verschillend percentage onder het eigen risico te brengen. Zij vragen of de regering bij het opstellen van de algemene maatregel van bestuur, nog voor de zomer, de Kamer zal informeren over hoe dit uitwerkt voor buitenlandverzekerden en grensarbeiders. Immers, de categorieën zijn waarschijnlijk moeilijker af te grenzen voor zorg in het buitenland.

Het amendement Van der Vlies stelt dat met ingang van 1 januari 2009 bij algemene maatregel van bestuur een percentage van de zorgkosten dient te worden vastgesteld dat meetelt voor het verplicht eigen risico. Uiteraard zal ik u daarbij informeren over hoe dit uitwerkt voor de categorieën van personen, waarvoor de leden van de CDA-fractie aandacht vragen.
Uitgangspunten 
De leden van de CDA-fractie stellen enkele vragen over in het Masterplan opgesomde uitgangspunten. Zo vragen zij de regering aan te geven of iemand die in het buitenland
woont, bijvoorbeeld als gepensioneerde, altijd onder de volksverzekeringen valt, zoals de Anw, of dat hij/zij ervoor kan kiezen zich vrijwillig bij te verzekeren.
Tot 1999 waren rechthebbenden op een Nederlandse sociale zekerheidsuitkering die in het buitenland woonden, daadwerkelijk verzekerd voor de volksverzekeringen, waaronder de Anw. In dat jaar koos de regering voor de beleidslijn dat volksverzekeringen uitsluitend bedoeld zijn voor ingezetenen. De regering stelde zich daarbij op het standpunt dat de overheid niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het bieden van een verplichte sociale verzekering in het kader van de volksverzekeringen voor niet-ingezetenen. Voor een aantal sociale uitkeringswetten betreffende risico’s waarvoor het vrijwel onmogelijk moet worden geacht in het buitenland nog een verzekering te sluiten, bestaat de mogelijkheid de, voor het vertrek naar het buitenland in Nederland, bestaande verzekering vrijwillig voort te zetten. Dit geldt onder meer voor de Anw.

Verder vragen de leden van de CDA-fractie of iemand die van een VUT-uitkering geniet in het buitenland en daar belasting betaalt, maar zijn hele inkomen uit Nederland krijgt, verzekerd is voor AWBZ, Zvw, AOW en ANW, of dat hij slechts gedeeltelijk verzekerd is. Deze leden vragen dit, omdat de regering zegt voorstander te zijn van het “alles of niets model”. Zo het mogelijk is om onder slechts een aantal volksverzekeringen te vallen, is dit dan in strijd met het door de regering aangehaalde “Van Pommeren”-arrest van het Europees Hof van Justitie, zo vragen deze leden. Verder vragen deze leden in dit verband of kan worden aangegeven waar in het arrest-Van Pommeren staat dat “het niet mogelijk is om onder slechts een gedeelte van de sociale verzekeringswetten van een land te vallen”.

De door de leden van de CDA-fractie bedoelde situatie leidt niet tot verplichte verzekering ingevolge de Nederlandse volksverzekeringen. In het dictum bij het arrest Van Pommeren verklaart het Europees Hof van Justitie dat artikel 39 van het EG-Verdrag eraan in de weg staat dat een lidstaat een wettelijke regeling toepast op grond waarvan iemand die iedere beroepswerkzaamheid op zijn grondgebied heeft stopgezet, voor bepaalde takken van sociale zekerheid slechts verplicht verzekerd blijft indien hij aldaar zijn woonplaats behoudt, terwijl die persoon ingevolge de wetgeving van deze lidstaat voor andere takken van sociale zekerheid verplicht verzekerd blijft, ook indien hij in een andere lidstaat woont, wanneer de voorwaarden voor vrijwillige verzekering voor de takken van sociale zekerheid waarvoor de verplichte verzekering is geëindigd, minder gunstig zijn dan die voor de verplichte verzekering. Voormeld dictum komt erop neer dat het slechts mogelijk is voor een bepaalde verzekeringstak een verplichte verzekering toe te passen op in het buitenland wonende personen wanneer voor alle overige takken van sociale zekerheid een vrijwillige verzekering wordt aangeboden onder ten minste dezelfde gunstige voorwaarden als die welke gelden voor de verplichte verzekering. Omdat Nederland slechts een vrijwillige verzekering kent voor de AOW en de Anw en niet voor de overige takken van sociale verzekering, is het derhalve niet mogelijk voor een bepaalde tak van sociale verzekering een verplichte verzekering toe te passen op in het buitenland woonachtigen. Om die reden is door mijn voormalige ambtgenoot van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de Wet houdende wijziging van enige socialeverzekeringswetten in verband met de beëindiging van de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden tot stand gebracht.

Verordening 883/2004, de opvolger van de bestaande Verordening, gaat in dit opzicht nog een stap verder doordat ingevolge die nieuwe Verordening uitsluitend de verplichte verzekering van het woonland op gepensioneerden van toepassing mag zijn.

Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie met betrekking tot de in het Masterplan opgesomde uitgangspunten of Nederland verplicht is om alle buitenlandverzekerden onder de Zvw te brengen, of dat dit een keuze van de wetgever is geweest.
Het is geen keuze geweest van de Nederlandse regering om in het buitenland woonachtigen onder de werkingssfeer van de Verordening te brengen. Die consequentie staat in de Verordening zelf, zoals inmiddels is uitgesproken door de Rechtbank Amsterdam, de Europese Commissie en alle overige lidstaten. Het is dus niet een kwestie van politieke wil om betrokkenen wel of niet onder de werking van dit internationale rechtsinstrument te houden. De deelname van Nederland aan de Europese Unie, en de daaruit voortvloeiende toepasselijkheid van het communautaire recht, is uiteraard wel een keuze van de wetgever geweest.

(empty)

Ga naar deel 3<<<

 
   
 
Top