Home
Zoek op kernwoord
Actueel nieuws
Zorgverzekering Belgie
Pensionado's
VWS Monitor 2010
Verslag advocaat Pijnacker Hordijk van de zitting EHvJ
Aantekeningen bij de pleitnota van de advocaat van de SBNGBB
Correctie Jaarrekeningen CVZ
Voorlichtingsavond Nederlandse gepensioneerden op 26 april 2010
Uit een brief van het CVZ
Nieuw beleid verdragsgerechtigden wonend in buitenland
CM en de reisverzekeringen
VWS Verzekerdenmonitor
Chaos bij CVZ
Centrale Raad voor Beroep Pleitnota
Woonlandfactor 2009
Medisch toerisme stijgt dramatisch de komende 10 jaar
Hoger Beroep CRvB
Restitutie teveel betaalde bijdrage
Behandeling in Nederland voor Pensionado's
ziektekosten v. reisverzekering buiten Europa
Conceptrichtlijn van de EC over de grensoverschrijdende zorg.
Aanvullende mededeling van de EC op de concept-richtlijn
Verslag gesprek met CM over reisverzekeringen
Stichting SBNGB
Woonlandfactor
Keuzerecht
Processen
Bezwaarschriften
Parlement en Ministerie
Brieven en mededelingen
Pensioenfondsen
SBNGB antwoordt op Masterplan
Antwoord Minister Masterplan (1)
Antwoord Masterplan (2)
Antwoord Masterplan (3)
Antwoord Masterplan (4)
Antwoord Masterplan Conclusie (1)
Antwoord Masterplan Conclusie (2)
Brief SBNGB aan minister Klink 7 dec 2007
CVZ Verweerschrift 24 april
SVB Verweerschrift 24 april
Naar het ziekenhuis, wat nu...
Emigreren op oudere leeftijd
Europa
Wetten
Beleggen en investeren
Diversen
Forum
NederBelgisch Blog
Abonneren Nieuwsbrief
Contact
Links
Archief
   
 


Aanpassing van de sociale zekerheidsregelingen
De leden van de CDA-fractie hebben een aantal vragen over de in het Masterplan beschreven situatie in Turkije en zijn benieuwd naar de reactie van de Turkse bevoegde autoriteit. Het gaat hierbij om de situatie dat in afwachting van een nog niet door Turkije geratificeerde verdragswijziging het bilaterale sociale zekerheidsverdrag uitsluitend van toepassing is op daadwerkelijk verzekerden en niet op verdragsgerechtigden. De leden van de CDA-fractie vragen of dit betekent dat elke persoon in Turkije die nu onder de verzekeringsplicht valt zich mag uitschrijven en of daarna de bijdrageplicht vervalt. Verder vragen de leden van de CDA-fractie of er de facto sprake is van een vrijwillige verzekering. 
Het thans nog in werking zijnde verdrag met Turkije, dat stamt uit 1966, is uitsluitend van toepassing op daadwerkelijk verzekerden. Zoals ik hiervoor al heb uiteengezet is het de beleidslijn van de regering sinds 1999 dat alleen ingezetenen van Nederland daadwerkelijk verzekerd zijn voor de volksverzekeringen. Gevolg daarvan was dat er geen verzekering meer bestaat voor in het buitenland wonende rechthebbenden op een Nederlands pensioen of utkering. In samenhang hiermee zijn de door Nederland gesloten bilaterale sociale zekerheidsverdragen aangepast in die zin dat het recht op zorg niet langer afhankelijk is van daadwerkelijke verzekering maar van toekenning van een verdragsrecht. De desbetreffende aanpassing van het verdrag met Turkije is inmiddels wel door het Nederlandse parlement goedgekeurd maar nog niet door het Turkse parlement. In wezen is er dus een lacune in de dekking van de desbetreffende personengroep. Die wordt weggenomen zodra het nieuwe verdrag in werking treedt. In overleg met de bevoegde Turkse autoriteiten is besloten de toepassing van het oude verdrag voort te zetten tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag. Dit is gedaan in het belang van de betrokken personengroep die anders geconfronteerd zou zijn met de noodzaak om in Turkije voor de tussenliggende periode een particuliere dekking te regelen die naar alle waarschijnlijkheid zeer duur zou zijn en mogelijkerwijs ook uitsluitingen wegens gezondheidsrisico’s zou kennen. Dit klemt te meer omdat de leeftijd van de betrokkenen relatief hoog is. 

Als een pensioengerechtigde in Turkije woont en bij het CVZ bezwaar aantekent tegen zijn inschrijving als verdragsgerechtigde, zich daarbij beroepend op het voorgaande, dan wordt betrokkene uitgeschreven. Daarna vervalt uiteraard ook de bijdrageplicht. Dit is echter een weinig zinvolle actie want zodra ratificatie aan Turkse zijde heeft plaatsgevonden, dient betrokkene zich weer aan te melden bij het CVZ. Bovendien is betrokkene in de tussentijd aangewezen op een door hemzelf af te sluiten verzekering. Ik heb inmiddels van de bevoegde autoriteit van Turkije vernomen dat zij streeft naar spoedige ratificatie maar daarbij uiteraard afhankelijk is van de instemming van het Turkse parlement. In dit verband zal de Nederlandse ambassadeur in Ankara op korte termijn een bezoek afleggen aan het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken om ook hier aandacht te vragen voor een spoedige ratificatie.

Gevolgen voor de betrokken burgers

-Gezinsleden van in Nederland werkzame militairen die in het buitenland wonen
De leden van de CDA-fractie zijn blij met de steun voor het amendement van mevrouw Oomen-Ruijten in het Europees Parlement. Zij vragen vanaf wanneer deze militairen hun dure zorgverzekering voor echtgen(o)ot(e) en kinderen kunnen opzeggen en hoe zij geïnformeerd zullen worden over de nieuwe verdragsdekking.
Momenteel is mijn collega van Defensie met de Stichting, die de particuliere verzekering van betrokkenen verzorgt, in overleg om te komen tot een dusdanige beëindiging van de verzekering van de gezinsleden dat het tijdvak van dubbele dekking wordt vermeden, dan wel wordt geminimaliseerd. Over het feitelijke tijdstip van opzegging kan ik nog geen mededelingen doen omdat dit onder meer afhangt van het moment waarop de Verordeningswijziging in werking treedt.  Over de manier waarop betrokkenen zullen worden geïnformeerd over de wijziging in hun verzekeringssituatie kan ik op dit moment nog geen concrete mededelingen doen. Niettemin heeft dit punt zowel de aandacht van de betrokken ministeries als van het CVZ en de Stichting die op dit moment de particuliere verzekering uitvoert. Mevrouw Oomen-Ruijten is betrokken bij het ambtelijk overleg over de uitvoeringstechnische aspecten van haar amendement. 

-Wetenschappelijk personeel
De leden van de CDA-fractie vinden het ongewenst dat wetenschappelijk personeel vaak dubbel verzekerd is en zij vragen of het klopt dat onder een aantal buitenlandse verzekeringen het niet mogelijk is een verzekering op te zeggen, om dan na enige tijd weer op non-selecte basis verzekerd te worden. Ook vragen zij welke oplossing ik heb voor deze problematiek die door Nuffic is aangedragen.
Betrokkenen zijn afkomstig uit niet-EU/EER/Verdragslanden en hebben een tijdelijke aanstelling in Nederland. Op grond van die aanstelling zijn zij verzekerd voor de AWBZ en verzekeringsplichtig voor de Zvw. Bij gebreke van bilaterale of multilaterale afspraken kan niet voorkomen worden dat betrokkenen ook in het woonland een ziektekostenverzekering hebben. Zoals ik in het Masterplan buitenland heb aangegeven wijs ik een ontheffing van de verzekeringsplicht voor de Zvw voor deze personen af, aangezien dit een doorbreking
betekent van het “alles of niets” beginsel. Dubbele verzekeringslasten kunnen mijns inziens dan slechts voorkomen worden door de buitenlandse verzekering, voor de periode dat men Nederlands verzekerd is, te beëindigen. Ik kan mij indenken dat het inderdaad niet in alle gevallen mogelijk zal zijn om de opgezegde buitenlandse verzekering na terugkeer in het woonland onder exact dezelfde voorwaarden opnieuw af te sluiten. Op de voorwaarden van buitenlandse verzekeringen heb ik echter geen invloed. De gedachte om de Nederlandse verzekeringsdekking afhankelijk te maken van eventuele buitenlandse verzekeringsdekkingen, ook zonder een daartoe strekkend verdrag, wijs ik van de hand.

-Expats
De leden van de CDA-fractie vragen welk overleg heeft plaatsgevonden tussen mij en werkgevers met veel expats en of er tijdens dat overleg nog voorstellen op tafel zijn gekomen die voor beide partijen acceptabel lijken.
In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Zvw is gesproken met een delegatie van Shell Nederland b.v. in Den Haag over de positie van expats. Tijdens dit overleg zijn geen voorstellen op tafel gekomen die voor beide partijen acceptabel waren. Ook is in december 2006 een overleg gevoerd over de expats en de problemen waar werkgevers als gevolg van de invoering van de Zvw tegenaan liepen. Hierbij waren onder meer Friesland Foods en Fluor Daniel vertegenwoordigd, de werkgeversorganisatie VNO-NCW en het Verbond van verzekeraars. Van de kant van werkgevers werd tijdens dat overleg sterk aangedrongen op de uitzondering van de Zvw van werknemers bij multinationals. Van mijn kant is voorgesteld te bezien in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om voor gezinsleden van werknemers van multinationals een vergelijkbare ziektekostenverzekeringsdekking te bieden als voor diplomatiek personeel. Ik heb de Kamer hierover bericht in de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering1. Van de kant van de werkgevers is ook naar voren gebracht dat Nederland het enige land zou zijn waarin voor multinationals geen vrijstelling zou zijn voor de wettelijke ziektekostenverzekering. Deze stelling is vervolgens geverifieerd in het Raadgevend Comité voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers, een tripartiete samengesteld orgaan in het kader van de toepassing van de sociale zekerheidsverordening. Zoals ik de Kamer in het ‘Masterplan buitenland’ heb gemeld kon in het Raadgevend Comité geen bevestiging worden gevonden voor voormelde stelling: integendeel, die werd unaniem van de hand gewezen. Vervolgens is ambtelijk in juni 2007 nog een notitie ontvangen van VNO-NCW waarin wordt aangegeven dat alleen een volledige uitzondering van werknemers soelaas biedt voor de problemen waar multinationals tegenaan lopen. Na ontvangst van die notitie is om die reden afgezien van nader overleg met mijn collega van SZW over andere opties. Naar ik begrijp is inmiddels van werkgeverszijde alsnog belangstelling voor de hiervoor genoemde regeling voor diplomatiek personeel. Ik heb mijn collega van SZW gevraagd naar zijn opvattingen over de toepassing van deze regeling bij multinationals en zal u daarover separaat verslag doen van onze gezamenlijke bevindingen.

-Wonen in het buitenland en pensioen uit Nederland
1 TK 2006-2007, 30 918, nr. 8, pagina 33.
Voor deze groep mensen is de woonlandfactor van toepassing. Dit betekent dat zij pro rata betalen. De leden van de CDA-fractie vragen om een voorbeeldberekening van de verschuldigde bijdrage voor iemand die met een inkomen (AOW + pensioen) van € 20 000 in Spanje woont. In het verlengde hiervan informeren de leden van CDA-fractie hoeveel dezelfde persoon betaalt wanneer hij in Nederland woont. Daarbij wordt gevraagd hoeveel premie voor AWBZ deze persoon betaalt, en welke deel daarvan ook daadwerkelijk aan de AWBZ wordt uitgegeven wanneer rekening is gehouden met de heffingskortingen.
Tabel I vat de premielasten voor Nederlanders die in Nederland en Spanje wonen kort samen. De bruto AWBZ-premie is bepaald door het premiepercentage (12,15%) te vermenigvuldigen met het inkomen. Voor de in Spanje-wonende Nederlanders wordt bij de premievaststelling echter gecorrigeerd met de woonlandfactor (33,58% x AWBZ-premie). In Nederland maakt de AWBZ-premie onderdeel uit van de belastingtarieven 1e en 2e schijf. Omdat het belastingstelsel zogenoemde heffingskortingen kent is de “netto” belastingbetaling aanzienlijk lager dan de bedragen die worden verkregen door tarieven te vermenigvuldigen met inkomens. Dit geldt uiteraard ook voor het AWBZ-deel. Daarom is de netto AWBZ-premie berekend door de heffingskortingen proportioneel toe te rekenen aan de AWBZ (%-aandeel AWBZ in 1e en 2 schijf * heffingskortingen). Bij de Zvw wordt geldt voor in Spanje verblijvende Nederlanders de standaardpremie van € 1 200 in rekening gebracht. De inkomensafhankelijke bijdrage en zorgtoeslag wordt op dezelfde wijze berekend als voor de inwoners van Nederland. Op alle drie de onderdelen wordt vervolgens de woonlandfactor van 33,58% toegepast.
Tabel I. Vergelijking premielasten zorg van Nederlanders die in Nederland en Spanje wonen (65+, alleenstaande, € 20 000)
Nederland Spanje
AWBZ: inkomensafhankelijke premie
Totaal 2.669 1.584
 
-Wonen in Nederland en een pensioen uit het buitenland
Volgens de FNV leidt de groep personen die wonen in Nederland en een pensioen ontvangen uit het buitenland een groot inkomensverlies. De leden van de CDA-fractie vragen of dit inzichtelijk kan worden gemaakt voor iemand met een inkomen van € 12 000 uit België en € 12 000 uit Nederland. Hoeveel betaalde deze persoon voor de invoering van de Zvw en hoeveel daarna, zo vragen deze leden.
De kolommen 2-3 van tabel II laten zien dat vóór de invoering van de Zvw een gepensioneerde Nederlander die een deel van zijn pensioen uit België ontving beduidend minder betaalde aan premie dan iemand die hetzelfde inkomen volledig uit Nederland ontving. De Zvw maakt aan dit verschil een einde (kolom 4). De inkomensgevolgen kunnen hierdoor inderdaad substantieel zijn.
Vóór het invoeren van de Zvw werd namelijk uitsluitend over het in België verdiende inkomen een inkomensafhankelijke premie betaald (3,55% x € 12 000). Na de invoering van de Zvw wordt over het gehele inkomen zowel de AWBZ-premie als de Zvw-bijdrage ingehouden.
Tabel II. Vergelijking premielasten in het oude en nieuwe zorgstelsel van Nederlanders die
een deel van het pensioen uit België ontvangen (65+, alleenstaande, € 12 000 uit
Nederland en € 12 000 uit België)
vóór stelselwijziging ná stelsel-wijziging
12.000 in Nederland 24.000 in
+ 12.000 Nederland
in België AWBZ: inkomensafhankelijke premie
Bruto 2.916 2.916 netto (ná aftrek heffingskortingen) 1.497 1.497
Zvw
nominale premie1 2.092 1.047 eigen risico1 232 103 inkomensafhankelijke bijdrage 426 1.491 Zorgtoeslag -301
Totaal 426 3.821 3.837
Verondersteld is dat de bedragen 2005 (standaardpakketpolis + bijdragen WTZ/MOOZ en de gemiddelde eigen betalingen) in de periode 2005-2008 jaarlijks met 5% zouden zijn gestegen.
 
-Kennismigranten
De leden van de CDA-fractie vragen of de regering met de weigering om de sociale ziektekostenwetgeving te laten wijken voor eventuele bestaande buitenlandse verzekeringsdekkingen het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over arbeidsmigratiebeleid op het punt van kennismigranten formeel afwijst. Ook vragen deze leden welke alternatieven de regering zelf te bieden heeft voor kennismigranten die hier voor korte tijd komen en hun verzekering niet kunnen opzeggen.
De SER constateert in zijn advies dat de verzekeringsplicht voor de Zvw als knelpunt wordt ervaren door kennismigranten die gedurende korte tijd in Nederland komen werken en al een (collectieve) ziektekostenverzekering hebben en geeft het kabinet in overweging om na te gaan of er mogelijkheden zijn om tegemoet te komen aan de knelpunten die worden ervaren. Ik ben van mening dat het onjuist zou zijn de Nederlandse sociale ziektekostenverzekering te laten wijken voor een door een buitenlandse werkgever aan zijn werknemers opgelegde ziektekostenverzekering. Zoals dat ook in het interstatelijke verkeer gebruikelijk is op het vlak van de sociale ziektekostenverzekeringsdekking dient naar mijn mening in de relatie tussen een wettelijke verzekering en een private verzekering de wettelijke verzekering altijd voorrang te hebben, zeker wanneer de wettelijke verzekering voortvloeit uit arbeid.

-Asielzoekers met een verblijfsvergunning die worden opgevangen door het COA
De leden van de fractie van het CDA en van de VVD vragen naar de oplossing die is gevonden voor de centraal opgevangen asielzoekers met een verblijfsvergunning.
Op dit moment vindt nog overleg plaats over een structurele oplossing voor deze groep personen, waarbij ik - in overleg met de Staatssecretaris van Justitie - zowel de mogelijkheden onderzoek om binnen de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) alsmede binnen de Zvw een oplossing te vinden. Ook worden de mogelijkheden voor een tijdelijke – pragmatische - oplossing onderzocht vooruitlopend op een structurele oplossing.
Ook vragen de leden van de CDA-fractie welke gevolgen dit probleem heeft in de regelgeving voor de grote groep mensen die onder het generaal pardon valt.
Het gesignaleerde probleem raakt alle mensen die een verblijfsvergunning hebben of degenen die op grond van de generaal pardon regeling een verblijfsvergunning hebben uitgereikt gekregen, op het moment dat zij na centraal te zijn opgevangen in een asielzoekerscentrum (AZC), verhuizen naar een eigen woning.

-Aanvragers van een verblijfsvergunning, waaronder MVV-plichtige vreemdelingen
De leden van de CDA-fractie constateren dat er hier nog steeds sprake is van een gat in de regelgeving, en verzoeken de regering aan te geven waarom het hier niet mogelijk is dat mensen zich alvast op maandbasis verzekeren voor ziektekosten en dus bij te dragen aan de Nederlandse solidariteit.
Allereerst merk ik op dat dit slechts in een beperkt aantal gevallen, voor vreemdelingen die in afwachting zijn van de beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, tot een vervelende situatie heeft geleid. Het ging hier in het bijzonder om vreemdelingen die geconfronteerd werden met (onverwachte) ziektekosten en daarbij niet verzekerend bleken te zijn voor ziektekosten door middel van een in Nederland gesloten particuliere verzekering of in het land van herkomst afgesloten particuliere verzekering met buitenlanddekking. 
In het Masterplan buitenland heb ik aangegeven, dat de staatssecretaris van Justitie en ik het genoemde probleem hebben onderkend en dat wordt bezien of dit probleem in het kader van het project Modern Migratiebeleid kan worden opgelost. De staatssecretaris van Justitie heeft uw Kamer inmiddels gemeld2 dat de onderwerpen die zijn genoemd in de beleidsnotitie “Naar een modern migratiebeleid. Notitie over de herziening van de reguliere toelating van vreemdelingen in Nederland”, waaronder gezinsmigratie, thans in het kader van het project Modern Migratiebeleid van het Ministerie van Justitie nader worden uitgewerkt door meerdere projectteams. De staatssecretaris van Justitie geeft aan naar verwachting in het voorjaar 2008 hierover een beleidsdocument naar uw Kamer te sturen. 
Verder vragen deze leden welke oplossing de regering voorstelt in het kader van “Modern migratiebeleid”.
De staatssecretaris van Justitie heeft bij het algemeen overleg over arbeidsmigratie en sociale zekerheid op 17 oktober 2007 betreffende de toetsing van de machtiging tot voorlopig verblijf en de verblijfsvergunning aangegeven dat die toetsingen mogelijk worden geïntegreerd, met gevolg dat het tijdsverloop tussen deze procedures aanzienlijk wordt ingekort. Zoals de staatssecretaris van Justitie tijdens dat algemeen overleg heeft aangegeven gebeurt dit niet alleen om te komen tot vereenvoudiging maar ook omwille van een betere handhaving.3 Zoals in het antwoord op de vorige vraag is aangegeven zal op dit aspect nader worden ingegaan in een beleidsdocument die de staatssecretaris van Justitie naar verwachting in het voorjaar 2008 naar uw Kamer zal zenden. Indien de realisatie van het integreren van die toetsingen is onderzocht en mogelijk is gebleken, zou een geïntegreerde toetsing kunnen leiden tot snellere afgifte van de verblijfsvergunning en daardoor AWBZ-verzekering en zorgverzekeringsplicht. Met dit antwoord is tevens een gedeeltelijk antwoord gegeven op de vraag van de leden van de PvdA-fractie of de regering kan aangeven aan welke oplossing wordt gedacht voor mensen die geen particuliere ziektekostenverzekering kunnen afsluiten ofwel door hun gezondheidstoestand ofwel door gebrek aan inkomen. Verder is hiermee een antwoord gegeven op de vraag van de leden van de SP-fractie die aangeven dat zij graag zouden zien dat er toch een vorm van verzekering voor deze mensen wordt geregeld.
2 Kamerstukken II 2007/08, 29 861 en 30 573, nrs. 21 en 23. 3 Kamerstukken II 2007/08, 29 861, nr. 22. 
 

(empty)

Ga naar deel 4<<<

 
   
 
Top