Eigen risico en buitenlandse verzekerden De leden van de CDA-fractie vragen op welke manier de mensen in de onderscheidende categorieën in paragraaf 3 van het Masterplan buitenland een eigen risico betalen en onder welke wetgeving zij vallen. Zoals in antwoord op eerdere vragen van de leden van de CDA-fractie is aangegeven is de situatie rond het verplicht eigen risico in een notendop als volgt. Het eigen risico is onderdeel van de Nederlandse zorgaanspraken en daarom in beginsel van toepassing op al degenen die gebruik maken van de Nederlandse zorg. Dit betreft de Zvw-verzekerden en in Nederland wonende of tijdelijk verblijvende buitenlandse verzekerden. Alleen met betrekking tot die laatste categorie is besloten om af te zien van het in rekening brengen van het verplicht eigen risico vanwege de disproportionaliteit van de kosten in relatie tot de opbrengst. In het buitenland wonende verdragsgerechtigden hebben niet te maken met het verplicht eigen risico. Zij ontvangen zorg volgens de wettelijke regeling van hun woonland (woonlandpakket). Die wettelijke regelingen kennen overigens vaak een eigen bijdrage¬systeem. Met betrekking tot de in paragraaf 3 van het Masterplan buitenland genoemde categorieën personen betekent dat het volgende. Het verplicht eigen risico is van toepassing op:
Op de volgende categorieën is het verplicht eigen risico niet van toepassing: -gezinsleden van buiten Nederland wonende grensarbeiders; -gezinsleden van in Nederland werkzame militairen die in het buitenland wonen; -gezinsleden van expats -gezinsleden van uitgezonden werknemers wie familierelatie in een ander land niet erkend wordt; -buiten Nederland wonende, studerende en werkende personen; -buiten Nederland wonende personen met een Nederlands pensioen en hun gezinsleden; -personen die vanwege het verrichten van ‘geringfügige Arbeit’ onder de Duitse wetgeving vallen; -‘impats’; -in Nederland wonende buitenlandse studenten tot 30 jaar; -aanvragers van een verblijfsvergunning, waaronder MVV-plichtige vreemdelingen;
De zogenoemde “Kassa-baby’s” worden met het wetsvoorstel voor de stroomlijning van de financiering van medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen vanaf de geboorte onder de AWBZ verzekering gebracht en daarmee onder de verzekeringsplicht voor de Zvw. Dit wetsvoorstel is medio oktober ingediend bij uw Kamer. Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen en in werking treedt zal ook op deze categorie het verplicht eigen risico van toepassing zijn. Volgens de leden van de CDA-fractie lijkt het erop dat de “buitenlanders” wederom vergeten zijn bij het ontwerp van een aanpassing van de regelgeving. Zij vragen of de regering bereid is standaard een buitenland-effect rapportage uit te voeren bij wijzigingen in de Zvw en een paragraaf in de memorie van toelichting te wijden aan de effecten voor mensen die in het buitenland verblijven. In het kader van het wetsvoorstel verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering is aan de Bureaus voor Belgische en Duitse Zaken gevraagd om voor dat wetsvoorstel een ‘grensarbeiderstoets’ uit te voeren. Daarbij is bijzondere aandacht gevraagd voor eventuele (onbedoelde) neveneffecten voor met name de grensarbeiders die in Nederland verzekerd zijn en is verzocht om de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel zoals het toen voorlag te bezien. Ik ga de gevolgde procedure nog met de beide Bureaus evalueren en wanneer daaruit blijkt dat deze in een meer algemeen kader toepasbaar is stel ik mij voor om ook bij toekomstige, majeure, wijzigingen van de Zvw die van invloed kunnen zijn op “buitenlanders”, een dergelijke toets te laten uitvoeren. Europese ziekteverzekeringskaart De leden van de CDA-fractie vragen of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de verzekeraars in 2006 heeft gevraagd om de Europese ziekteverzekeringskaart (European Health Insurance Card; EHIC) te verstrekken en informeren of aan de NZa is gevraagd welke gevolgen dit gehad heeft. De NZa heeft in 2006 in opdracht van mij onderzocht of Nederlandse zorgverzekeraars de regelgeving op het gebied van de EHIC correct uitvoeren. Daarbij is geconstateerd dat de voorlichting door zorgverzekeraars te wensen overliet. De NZa heeft de zorgverzekeraars op het aspect van de voorlichting gewezen en aangegeven dat dit punt haar voortdurende aandacht heeft. De NZa heeft overigens niet aan de verzekeraars gevraagd om de EHIC aan alle verzekerden te verstrekken. Daar ontbreekt ook de rechtsgrondslag voor: de Europese regelgeving op dit punt verplicht de zorgverzekeraars alleen tot afgifte op verzoek van de verzekerde. De leden van de CDA-fractie hebben niet de indruk dat verzekeraars massaal EHICs zijn gaan verstrekken en vragen of er enig inzicht is hoeveel van de 16 miljoen verzekerden een dergelijke kaart hebben. Het CVZ heeft onlangs alle zorgverzekeraars geënquêteerd over de EHIC. Van de 32 aangeschreven zorgverzekeraars hebben er 17 gereageerd. Het totaal van de door deze 17 zorgverzekeraars uitgegeven EHICs in 2007 bedraagt bijna 1 miljoen stuks. Gezien het feit dat een aanzienlijk deel van de verzekeraars geen gegevens heeft aangeleverd is het mijns inziens een veilige schatting om te stellen dat, net als in 2006, ongeveer 1,5 miljoen verzekerden een EHIC hebben.
Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie in dit verband wat de regering vindt van het idee om elke verzekeringskaart ook standaard een EHIC te laten zijn, zodat de EHIC niet apart aangevraagd hoeft te worden. Immers, zeggen deze leden, zo werkt het ook in andere landen. Ik vind dat een uitstekend idee. Het heeft twee belangrijke voordelen. Ten eerste wordt de verspreiding van de EHIC onder Nederlands verzekerden hiermee drastisch vergroot (tot 100% van de verzekerdenpopulatie). Ten tweede vergroot het de kans dat verzekerden de EHIC ook bij zich dragen tijdens een bezoek aan het buitenland. Immers, de nationale verzekeringspas draagt men doorgaans bij zich. En ten slotte lijkt het combineren van de nationale verzekeringspas met de EHIC mij meer kostenefficiënt. Het staat de zorgverzekeraars op grond van de Europese regelgeving echter vrij om zelf te bepalen op welke wijze zij de EHIC uitgeven en het is niet aan mij om de zorgverzekeraars bij hun bedrijfsvoering te begeleiden.
Voorlichting De regering stelt vast dat de problemen zijn opgelost. De leden van de CDA-fractie vragen hoeveel rechtzaken er nog lopen over de buitenlandproblematiek en wanneer de afronding van deze zaken wordt verwacht. Van de circa 200 000 verdragsgerechtigden hebben er ruim 3 000 bezwaar gemaakt tegen de toepasselijkheid van de Verordening en de bilaterale sociale zekerheidsverdragen en de daaruit voortvloeiende verplichting van een verdragsbijdrage. Ofschoon de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de beantwoording van de aan haar voorgelegde rechtsvragen zodanig evident dat het vragen van een advies aan het Europees Hof van Justitie niet opportuun, hebben betrokkenen nochtans te kennen gegeven in hoger beroep te zullen gaan bij de Centrale Raad van Beroep. De leden van de CDA-fractie vragen of de regering voornemens is zich volledig te houden aan het arrest Nikula en, zo neen, waarom niet. Er bestaat een verschil van inzicht met de Europese Commissie ter zake van de vraag op welke inkomens ziektekostenpremies mogen worden ingehouden. De Europese Commissie stelt zich met een beroep op het arrest Nikula op het standpunt dat deze alleen mag worden ingehouden op het door het heffende land zelf uitgekeerde pensioen. Ik ben echter van mening dat het arrest Nikula ziet op de situatie waarin een persoon louter op grond van de artikelen 27 en 33 van de Verordening recht heeft op verstrekkingen in zijn woonland. Bij in Nederland wonende dubbelgepensioneerden doet zich die situatie niet voor; de zorgprestaties komen krachtens de aanwijsregels van de Verordening in samenhang met de relevante Nederlandse wet-en regelgeving voor rekening van Nederland. Ik ben van mening dat de bepalingen van artikel 27 en 33 van de Verordening in deze situatie niet van toepassing zijn en dat van een beperking van de heffingsbevoegdheid dan ook geen sprake is.
Overigens is de beperking van de premieheffing tot maximaal het bedrag van het door het woonland verschuldigde pensioen in het arrest Nikula ook niet een door het Europees Hof van Justitie vastgestelde voorwaarde maar een beperking die door de Finse verwijzende rechter als vaststaand feit in de prejudiciële vraag is opgenomen. Ik ben van mening dat het dictum van het arrest Nikula op dit punt dan ook geen algemene gelding kan worden toegedicht. Het verschil van inzicht met de Commissie heeft inmiddels geleid tot een aan Nederland gerichte ingebrekestelling. De Nederlandse regering heeft hierop in voormelde zin geantwoord. Voorts vragen de leden van de CDA-fractie in dit verband wat het gevolg is van het feit dat Nederland alleen mag heffen over de Nederlandse AOW uitkering, en dat Nederland niet over het buitenlands pensioen mag heffen wanneer er bij de inleg al premies betaald zijn. Bij de bespreking van het arrest Nikula in de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (die is ingesteld in de Verordening met als taak toepassingsvraagstukken op te lossen) is geconstateerd dat geen enkele lidstaat een dergelijk opbouwsysteem kent, waarbij gedurende de werkzame periode een financieel reservoir wordt opgebouwd ter dekking van ziektekosten die zich voordoen wanneer men gepensioneerd is. Verdragsbijdrage
De leden van de CDA-fractie hebben een aantal vragen over het aantal verzekerden Zij vragen hoeveel mensen in het buitenland voor 2006 vielen onder het oude ziekenfonds, hoeveel mensen zijn nu in het buitenland verzekerd onder de Zvw en hoeveel mensen in het buitenland verzekeringsplichtig zijn onder de Zvw. Voor de inwerkingtreding van de Zvw woonden er in Verordenings- en verdragslanden 97 000 personen, die in hun woonland recht op zorg hadden ten laste van Nederland. Momenteel zijn dat er 200 000. Van deze groep zijn 69 000 personen (grensarbeiders/werknemers) op grond van werken in Nederland ook rechtstreeks Zvw¬verzekerd. Verder zouden de leden van de CDA-fractie graag vernemen welke redenen de regering ziet voor het relatief hoge aantal onverzekerden onder niet-Westerse allochtonen en welke mogelijkheden de regering ziet om dit percentage omlaag te krijgen. Uit de gegevens van het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) blijkt dat er zich onder de onverzekerde verzekeringsplichtigen zo’n 65 000 niet-westerse allochtonen bevinden. Het gaat om telkens zo’n 7 000 personen met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse achtergrond, om zo’n 4 000 personen met een Antilliaanse achtergrond en een kleine 40 000 mensen afkomstig uit andere niet-Westerse landen, waarbij relatief hoge aantallen worden gevormd door mensen afkomstig uit China (5 500 personen), Irak (1 900 personen), Iran (1 600 personen), Zuid-Afrika (1 400) en Afghanistan (1 350). Uit een nadere analyse van het CBS blijkt dat slechts een zeer klein aantal van deze mensen geografisch geconcentreerd woont.
Er is niet onderzocht waarom onder deze groep een groot aantal onverzekerden is. Hun verblijfplaats is mij niet bekend. De redenen kunnen talrijk zijn, waaronder onbekendheid met de verzekeringsplicht of financieel andere prioriteiten. Ik zie wel mogelijkheden (een deel van) deze groepen door middel van voorlichting te bereiken. In het plan van aanpak inzake de terugdringing van onverzekerden dat ik uw Kamer onlangs heb toegezonden, heb ik aangegeven welke mogelijkheden ik zie het aantal onverzekerden binnen deze groepen terug te dringen.
De bijlage met de geraamde bijdrage en de door Nederland te betalen vaste bedragen laat volgens de leden van de CDA-fractie geen fraai beeld zien. De bedoeling van de Zvw was over te gaan op lastendekkende premies en dat lijkt in de verste verten niet het geval, zo stellen deze leden. Over een aantal landen hebben zij specifieke vragen. In de relatie tot Polen merken zij op dat Nederland aan Polen € 614 000 betaalt voor 705 verzekerden en slechts € 36 000 ontvangt, ofwel ongeveer 5% van de kosten. De leden van de CDA-fractie vragen waardoor deze wanverhouding te verklaren is en of de regering bereid is actie te ondernemen. Met betrekking tot Marokko vragen de leden van de CDA-fractie of het klopt dat Nederland € 36 000 betaalt aan Marokko om 17 000 mensen te verzekeren. Zij vragen in dit verband hoe hoog de innings- en communicatiekosten zijn wanneer van 17 506 mensen gemiddeld € 15 premie per jaar gevraagd wordt.
De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de kosten die Nederland aan verdragslanden betaalt, hoger zijn dan de verdragsbijdrage die van de betrokken verdragsgerechtigden worden ontvangen. Die situatie doet zich net zo voor in Nederland waarbij de kosten van gepensioneerden hoger zijn dan de door hen betaalde premie. Wel is het zo dat de verhouding tussen kosten en opbrengst voor verdragsgerechtigden iets ongunstiger is dan voor gepensioneerden in Nederland. Dit aspect zal door mij worden meegenomen wanneer ik een beslissing neem over de vraag om in het buitenland woonachtige gepensioneerden en hun gezinsleden naast het woonlandpakket tevens recht op zorg in Nederland te bieden. Overigens merk ik op dat het bedrag van € 36 000, dat Nederland aan Marokko betaalt berust op een verschrijving. Dit moet € 360 000 zijn, zoals ik de Kamer bij brief van 3 december 20074 heb bericht. -Spanje De leden van de CDA-fractie vragen of de berichten kloppen dat de Spaanse autoriteiten in 2006 aan Nederland bijdragen in rekening gebracht hebben voor remigranten, die eigenlijk in Spanje verzekerd hadden moeten zijn. Hoe is de situatie opgelost en zijn deze mensen fatsoenlijk behandeld door de Spaanse overheid, zo vragen deze leden. Waar het om gaat is de vraag of een pensioen waarvoor geen premie betaald hoeft te worden beschouwd moet worden als een wettelijk pensioen in de zin van de Verordening. Hierover heeft op 1 juni 2006 ambtelijk overleg plaatsgevonden tussen Spanje en Nederland. 4 Kamerstukken II, 2007/08, 30 918, nr. 28 De Nederlandse delegatie heeft tijdens dat overleg de vraag opgeworpen of het Spaanse standpunt met betrekking tot deze pensioenen in overeenstemming is met de regels van de Verordening. De Spaanse delegatie meende dat dit het geval is maar stemde ermee in haar standpunt voor te leggen aan de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers. Dat is inmiddels gedaan maar de kwestie is nog niet ter bespreking geagendeerd wegens andere dringende aangelegenheden. Omdat Spanje aan Nederland heeft aangegeven dat er geen prevalerend recht op zorg in Spanje bestaat, komt betrokkene op grond van de bepalingen van de Verordening ten laste van Nederland. De verdragsbijdragen zijn door Nederland ingehouden op basis van het feit dat betrokkene blijkens Spaanse opgave ten laste van Nederland komt. Van onterechte inhoudingen is daarom geen sprake.