Ten slotte vragen de leden van de PvdA-fractie of zij het juist zien dat als het CVZ in alle situaties als het bevoegde orgaan wordt aangewezen, er voor betrokkenen geen beroepsmogelijkheid bestaat? De opvatting van de leden van de PvdA-fractie berust op een misverstand. De mogelijkheid tot bezwaar en beroep wordt juist doorzichtiger door te bepalen dat in alle gevallen bezwaar moet worden ingesteld bij het CVZ, ongeacht de vraag wie de pensioenuitkerende instelling is. Beroep tegen de beslissing van het CVZ blijft mogelijk bij de Rechtbank. De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het Masterplan buitenland. Allereerst benadrukken zij dat een dergelijk Masterplan rijkelijk laat is. Bij een ingrijpende wijziging zoals de invoering van de Zvw zouden eigenlijk alle gevolgen en consequenties van tevoren duidelijk moeten zijn. Een aantal groepen mensen, zoals pensionado’s, grensarbeiders en Nederlanders woonachtig op de Nederlandse Antillen, hebben hierdoor lange tijd in onzekerheid gezeten over hun zorgverzekering, ofwel over de kosten ervan, ofwel of ze überhaupt verzekerd waren, zo merken deze leden op. Alvorens inhoudelijk in te gaan op de vragen van de leden van de SP-fractie merk ik dat de gevolgen van de inwerkintreding van de Zvw in algemene zin, en de internationale gevolgen in het bijzonder, zijn beschreven in het algemene deel van de memorie van toelichting. Het Masterplan buitenland ziet op de wijze waarop met de reactie van verschillende groepen op deze gevolgen is omgegaan. De leden van de SP-fractie wijzen erop dat de regering constateert dat in het geval van buitenlandse grensarbeiders die werkzaam zijn in Nederland, er door zorgverzekeraars meer bekendheid aan de mogelijkheden gegeven had kunnen worden. Hoe gaat de regering dit bevorderen, met name om ongerustheid weg te nemen, zo vragen deze leden.
Bij de beantwoording van deze vraag ga ik ervan uit dat de leden van de SP-fractie hier doelen op het feit dat zorgverzekeraars in de periode na de invoering van de EHIC niet voldoende bekendheid hebben gegeven aan de mogelijkheden die deze kaart biedt. De NZa heeft de zorgverzekeraars hier op aangesproken en heeft aangegeven dat de correcte uitvoering door de zorgverzekeraars van de regelgeving op het gebied van de EHIC haar constante aandacht heeft. Er hebben mij in de afgelopen periode geen nieuwe signalen bereikt dat verzekeraars deze regelgeving niet juist uitvoeren. De leden van de SP-fractie krijgen met name uit Duitsland verontrustende berichten van Nederlands gepensioneerden die zich moeten melden bij de Krankenkasse en daar problemen ondervinden. Omdat ze te oud zijn zouden ze niet geaccepteerd worden of hogere premies moeten betalen. Deze leden vragen of deze berichten kloppen en zo ja, welke maatregelen de regering gaat nemen. De bedoelde berichten van Nederlandse gepensioneerden in Duitsland hebben mij niet bereikt. Ik kan deze berichten ook niet plaatsen. Als iemand met uitsluitend een Nederlands wettelijk pensioen zich in Duitsland wil vestigen dan heeft hij op grond van de verordening in Duitsland recht op zorg ten laste van Nederland. Betrokkene ontvangt van het CVZ een formulier E-121 waarmee hij zich bij de lokale Krankenkasse moet inschrijven. Nederland betaalt aan Duitsland een gemiddeld kostenbedrag en brengt bij de gepensioneerden de verschuldigde bijdrage in rekening. Nederlandse gepensioneerden zijn dus uitsluitend aan Nederland een bijdrage voor hun ziektekostenverzekering verschuldigd en niet aan Duitsland. Voorts speelt de leeftijd van betrokkenen geen enkele rol omdat de bijdrage voor verdragsgerechtigden niet afhankelijk is van de leeftijd van betrokkenen. Mogelijk wordt door de leden van de SP-fractie gedoeld op problemen bij de acceptatie voor aanvullende verzekeringen in Duitsland maar het staat Duitse verzekeraars vrij om voor deze verzekeringen aan risicoselectie te doen bij de acceptatie. Een situatie die vergelijkbaar is met de situatie in Nederland bij aanvullende verzekeringen. Een ander probleem waar mensen die in de grensgebieden wonen volgens de leden van de SP-fractie mee worden geconfronteerd is het feit dat de huisarts of het ziekenhuis over de grens dichterbij is dan de huisarts of het ziekenhuis in Nederland. Kunnen deze mensen gewoon naar de huisarts in bijvoorbeeld België blijven gaan, of speelt het contracteerbeleid van de Nederlandse zorgverzekeraars hierbij ook een rol, zo wensen deze leden te vernemen. Een van de uitgangspunten van de zorgverzekering is de vrije artsenkeuze. De Zvw garandeert aan verzekerden een vrije artsenkeuze ongeacht voor welke polisvariant men heeft gekozen (natura of restitutie). Mensen die gekozen hebben voor een restitutiepolis kunnen sowieso naar elke zorgaanbieder in binnen- of buitenland. Wel is de vergoeding van hun gemaakte kosten gemaximeerd tot een niveau dat in Nederland gebruikelijk is. Mensen die gekozen hebben voor een naturapolis zijn in principe aangewezen op door hun zorgverzekeraar gecontracteerde zorgaanbieders. Dit kunnen natuurlijk uitsluitend Nederlandse zorgaanbieders zijn maar het kunnen ook buitenlandse zorgaanbieders zijn. Ook bij een naturapolis is het recht op vrije artsenkeuze echter gegarandeerd omdat het een verzekerde vrijstaat óók al heeft hij een naturapolis naar een niet gecontracteerde zorgaanbieder te gaan. Wel is in een dergelijk geval de verzekeraar gerechtigd om de kosten van de ingeroepen zorg niet volledig te vergoeden. De leden van de SP-fractie zijn blij met de regeling voor de Nederlandse Antillen zoals die er nu ligt. Wel geven zij aan het jammer te vinden dat het zolang heeft geduurd en dat het ook pas op zijn vroegst 1 juli aanstaande ingaat. De leden van de SP-fractie vragen aandacht voor de situatie van Nederlands gepensioneerden op de Nederlandse Antillen die de afgelopen twee jaar honderden euro’s per maand aan particuliere zorgverzekeringen kwijt zijn geweest. Ook krijgen deze leden veel reacties van mensen in Suriname die zich in een soortgelijke positie bevinden als mensen op de Nederlandse Antillen. Is de regering bereid met Suriname ook een verdrag inzake sociale zekerheid te sluiten, net zoals bijvoorbeeld met Marokko en Turkije, zo vragen deze leden. De signalen die de SP-fractie heeft ontvangen van personen die wonen in Suriname hebben mij niet bereikt. Evenmin heeft de Surinaamse regering de wens tot het verkennen van de mogelijkheden voor het sluiten van een bilateraal socialezekerheidsverdrag kenbaar gemaakt. In het algemeen stelt de Nederlandse regering zich op het standpunt dat activiteiten op het vlak van de totstandbrenging van sociale zekerheidsverdragen eerst worden ondernomen wanneer een daartoe strekkend verzoek door een andere staat kenbaar is gemaakt. De leden van de SP-fractie geven aan dat de reactie van de regering over de situatie van aanvragers van een verblijfsvergunning, waaronder MVV-plichtigen, hen zorgen baart. In een aantal gevallen is hier sprake van huwelijksmigratie, bijvoorbeeld omdat de vrouw zwanger is. Ook in dit geval is het moeilijk of bijna onbetaalbaar om een particuliere zorgverzekering af te sluiten, zo stellen deze leden. De leden van de SP-fractie geven aan dat zij graag zouden zien dat er toch een vorm van verzekering voor deze mensen wordt geregeld.
Een antwoord op deze vraag is gegeven bij het antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie welke oplossing de regering voorstelt in het kader van “Modern migratiebeleid”. De leden van de VVD-fractie danken de regering voor de indiening van het Masterplan buitenland. Zij steunen de visie dat de Zvw geen complementair karakter moet krijgen. Het is geen vangnetverzekering. Juist doordat de overheid in het vorige systeem alle uitzonderingen faciliteerde ontstond er een uiterst versnipperd systeem met alle nadelen van dien. Dat is nu opgelost met de Zvw en moeten niet van voren af aan beginnen. De ene uitzonderingspositie lokt de andere uit. Argumenten genoeg. Uiteindelijk zal dat ertoe leiden dat iedereen die het beter zelf kan regelen, dat ook zal doen. Diegene die dat niet kunnen, zullen een beroep doen op de solidariteit van verzekerden in Nederland. Dat is ten opzichte van die premiebetaler een zeer ongunstige en ongewenste situatie. De leden van de VVD-fractie zijn echter van mening dat er wel redenen kunnen zijn dat elders wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld via de fiscus. Dat is in het verleden ook wel gebeurd en zij sluiten niet uit dat er nog situaties kunnen zijn waar dat noodzakelijk is. De leden van de VVD-fractie zijn overigens van mening dat de invoering van de Zvw primair een Nederlandse aangelegenheid was. Door de EU-richtlijnen heeft deze wet gevolgen gehad voor veel mensen, ook voor mensen buiten Nederland. Het was dus een gevolg; de positie van deze mensen was niet de aanleiding. Deze notie is van belang in het kader van de afweging ten aanzien van de Nederlandse Antillen, waarop deze leden terugkomen bij het ingediende wetsvoorstel, zo geven zij aan. De leden van de VVD-fractie zijn voorts van mening dat de regelingen administratief zo min mogelijk belastend moeten zijn en sporen de regering dan ook aan om uiterst alert te blijven op mogelijkheden van administratieve lastenvermindering. De aanmelding ambtshalve bij het CVZ is een goed begin. Een goede voorlichting is het halve werk, evenals een laagdrempelige vraagbaak en klachtenloket.
Aanpassing van de internationale sociale zekerheidsregelingen -Turkije De regering schrijft dat onlangs een in Turkije woonachtige persoon bezwaar heeft aangetekend en is uitgeschreven. Dat is belangrijk nieuws. Is dit nieuws al eerder met de Tweede Kamer gewisseld en, zo neen, waarom niet, zo vragen de leden van de VVD-fractie. De rechterlijke uitspraak over de uitschrijving in Turkije woonachtige verdragsgerechtigde heeft mij in de zomer van 2007 bereikt. Ik heb dit feit doen opnemen in het Masterplan buitenland, dat het eerste bericht was over verdragstechnische aangelegenheden dat ik op dat moment ter toezending aan uw Kamer voorbereidde. De leden van de VVD-fractie vragen of nu alle Nederlanders woonachtig in Turkije – die wel voldoen aan de criteria om verzekerd te zijn via Nederland tegen ziektekosten – zijn uitgeschreven en, zo neen, waarom niet. Als een pensioengerechtigde in Turkije woont en bij het CVZ bezwaar aantekent tegen zijn inschrijving als verdragsgerechtigde, zich daarbij beroepend op het voorgaande, dan wordt er bij gebreke aan de Turkse ratificatie van de in 2000 ondertekende verdragswijziging betrokkene uitgeschreven. Ambtshalve uitschrijving van de gehele betrokken categorie heeft niet plaatsgevonden en zal ook niet plaatsvinden. Het is immers niet in het belang van betrokkenen om automatisch uitgeschreven te worden. Zeker niet gelet op de leeftijd van de betrokken populatie. Betrokkenen zouden bij uitschrijving namelijk zelf voor een verzekering moeten zorgen. Bovendien worden ze weer automatisch verdragsgerechtigd wanneer Turkije het in 2000 ondertekende wijzigingsverdrag heeft geratificeerd. De iedereen-of-niemand-benadering wordt door de regering in het begin van het Masterplan toegelicht. De regering stelt daar dat hij het ‘cafetariamodel’ ten principale afwijst. Wat betekent dat voor Turkije, zo vragen de leden van VVD-fractie. De leden van de VVD-fractie vragen of Turkije nu het enige land is waar mensen zelf kunnen bepalen of ze al dan niet verzekerd zijn via de Zvw tegen ziektekosten, te weten: iedereen die zich afmeldt is niet verzekerd, alle anderen wel. De regering is hier ten principale tegen. Dat kan ook niet in EU-landen, zo heeft de regering meerdere malen laten weten. En dus ook niet in Turkije, zo zou de redenering van deze leden zijn. De regering schrijft echter dat zij in afwachting is van een reactie van de Turkse bevoegde autoriteit en insinueert op z’n minst dat er in Turkije momenteel wel een cafetariamodel bestaat. In afwachting van. Dat zou de hele redenatie ten aanzien van de anderen in andere landen op losse schroeven zetten, zo stellen deze leden. Zij vragen of de regering dat ook zo ziet en, zo ja, wat zij hier dan aan doet. Zoals ik in het Masterplan buitenland heb aangegeven, is er in de bilaterale verdragsrelatie met Turkije iets bijzonders aan de hand. Dit verdrag spreekt namelijk - in tegenstelling tot alle andere, meer recente sociale zekerheidsverdragen - van ‘verzekerden’. Personen met een Nederlands pensioen die buiten Nederland wonen zijn echter niet verzekerd. Zij zijn uitsluitend als verdragsgerechtigde (en bijdrageplichtige) te kwalificeren. Deze bijzonderheid speelt dus niet in alle andere verdragen en speelt ook niet in de Verordening. Als de leden van de VVD-fractie in mijn formulering lezen dat ik zou insinueren dat er in Turkije wel een cafetariamodel zou bestaan dan moet ik dat ontkennen. Ik zie in de casus Turkije geen aanleiding om het principe van het alles of niets los te laten. Bovendien wijs ik de leden van de VVD-fractie erop dat Turkije voornemens is binnen afzienbare tijd de betreffende tekst van het in 2000 ondertekende wijzigingsverdrag te ratificeren. Daarmee wordt de situatie in Turkije precies hetzelfde als in alle andere landen. -Nederlandse Antillen en Aruba De VVD-fractie geeft aan dat zij op de situatie op de Nederlandse Antillen uitgebreid zal ingaan bij de behandeling van het wetsvoorstel dat inmiddels bij de Kamer is ingediend. De regering stelt dat personen met een Nederlands pensioen die zich vestigen of hervestigen in de Nederlandse Antillen verzocht hebben om ook voor hen een verdragsdekking te organiseren. De VVD-fractie heeft heel veel brieven en mails ontvangen van deze mensen met daarin juist een klemmend verzoek om geen verdragsdekking te organiseren, tenzij er een vrije keuze wordt gegeven, zodat zij verzekerd kunnen blijven zoals zij dat nu zijn. Er is hiervoor inmiddels ook een vereniging opgericht. De stemming op de Nederlandse Antillen is in dit opzicht niet anders dan die in andere EU-en verdragslanden. De situatie is dus niet zo eenduidig als de regering in het masterplan schetst, integendeel, zo stellen deze leden. Zij komen hierop zeer uitgebreid bij het reeds eerder genoemde wetsvoorstel terug. Gevolgen voor de betrokken burgers -Gezinsleden expats De leden van de VVD-fractie zijn verheugd over de toezegging van de regering dat de administratieve procedure voor de gezinsleden van expats, net als de procedure voor de gezinsleden van grensarbeiders, wordt verlicht door de aanmelding bij het CVZ ambtshalve te laten verlopen, opdat de betrokkenen daarvan geen rompslomp hebben. Wonen in Nederland en werken in het buitenland De leden van de VVD-fractie vragen aandacht voor het feit dat de Stichting grensarbeid de afgelopen jaren diverse klachten ontving over het functioneren van het orgaan van de woonplaats, meer in het bijzonder zorgverzekeraar CZ. De klachten zijn divers van aard, maar in grote lijnen in te delen als volgt: onjuiste, partijdige en verwarrende informatieverstrekking, en afwezigheid van de mogelijkheid collectiviteitkortingen te benutten bij aanvullende verzekeringen. Ten aanzien van de eerste klachtencategorie slaagt CZ er volgens de Stichting grensarbeid vandaag nog steeds niet in correcte en eenduidige informatie te verstrekken. Zo ontvingen verdragsverzekerden omstreeks 1 december 2007 de nieuwe verdragspolis 2008 waarin nadrukkelijk wordt aangegeven dat het eigen risico niet van toepassing voor in het buitenland verzekerde verdragsgerechtigden. Per 7 januari 2008 ontvingen de verdragsgerechtigden nieuwe polissen waarin het eerdere standpunt werd ingetrokken. De VVD-fractie vraagt de regering of zij op de hoogte is van deze klachten en wat zij voornemens is hieraan te doen. Buitenlandse verzekerden die in Nederland wonen en ten laste van het buitenland recht hebben op zorg in Nederland zijn ondergebracht bij zorgverzekeraar CZ. Op basis van een aanbestedingsprocedure is die zorgverzekeraar aangewezen om in het kader van de
uitvoering van internationale sociale zekerheidsregelingen te fungeren als het orgaan van de woonplaats. Dit orgaan heeft tot taak de zorgverlening te organiseren voor buitenlands verzekerden die in Nederland wonen en de kosten van deze zorgverlening via het CVZ te verhalen op de betreffende buitenlandse sociale verzekeringen. De aanwijzing geldt voor een periode van drie jaar, met de optie de aanwijzing na het derde jaar nog tweemaal met een periode van een jaar te verlengen. Ik ben op de hoogte van de door de Stichting grensarbeid genoemde klachten en heb mij voor het wegnemen daarvan inmiddels verstaan met CZ. Wat betreft de voorlichting rond het verplicht eigen risico merk ik op dat betrokkenen inderdaad vorig jaar in eerste instantie onjuist zijn voorgelicht door CZ als zouden zij niet geconfronteerd worden met het eigen risico. Dit is later door CZ hersteld. De buitenlandse verzekerden krijgen, net als Zvw¬verzekerden, te maken met het eigen risico omdat zij gebruik maken van de Nederlandse zorgaanspraken. Met betrekking tot de partijdige voorlichting waarop de Stichting grensarbeid doelt, heb ik de Stichting er reeds op gewezen dat het CZ vrij staat om in haar mailings te verwijzen naar haar samenwerking met de Belgische Christelijke Mutualiteit. Deze verwijzing heeft geen enkele invloed op de Belgische verzekerden die bij CZ staan ingeschreven aangezien betrokkenen zich eerst in België moeten verzekeren bij een mutualiteit (ziekenfonds) naar keuze en zich pas daarna kunnen inschrijven als Belgisch verzekerde bij CZ. Zij worden dus pas geconfronteerd met de verwijzing naar de samenwerking wanneer zij zelf al een mutualiteit hebben gekozen. De uitvoering van de functie van orgaan van de woonplaats door CZ wordt tussentijds geëvalueerd. Daarbij worden signalen, zoals die van de Stichting grensarbeid, meegenomen. Voor wat betreft de tweede categorie klachten merken grensarbeiders op dat zij door andere verzekeraars niet worden geaccepteerd voor aanvullende risicodekkingen. Ze zijn derhalve aangewezen op het aanvullende pakket van CZ. De vrije keuze wordt door toewijzing aan één verdragsverzekeraar belemmerd, zo stellen zij. Bovendien biedt CZ geen kortingen op de aanvullende verzekeringen, waar verzekerden deze kortingen voorheen onder meer bij VGZ wel konden bedingen. De leden van de VVD-fractie vragen wat de criteria waren bij de aanbestedingsprocedure en op basis waarvan de regering tot de conclusie is gekomen dat CZ de beste optie is. De Stichting grensarbeid stelt dat bij het aanwijzen van het orgaan van de woonstaat op basis van een aanbestedingsprocedure voorrang is gegeven aan een loutere kostenopportuniteit, en derhalve onvoldoende oog is geweest voor kwaliteit en voor de positie van alle belanghebbenden. De leden van de VVD-fractie vragen of de regering op dit verwijt kan reageren. Sommige grensarbeiders merken op dat zij moeite hebben een aanvullende ziektekosten-verzekering af te sluiten bij andere zorgverzekeraars en daarmee aangewezen zijn op de aanvullende ziektekostenverzekeringen die door CZ, zonder kortingen, worden aangeboden. Zij stellen dat voor hen de vrije keuze wordt belemmerd. Van een belemmering van de vrije keuze als gevolg van de aanwijzing van CZ is geen enkele sprake: het staat deze personen – net als Nederlandse Zvw-verzekerden – vrij zich tot iedere gewenste verzekeraar te wenden voor een aanvullende ziektekostenverzekering. Daar tegenover staat het verzekeraars vrij om zelf – wederom net als bij Nederlandse Zvw¬verzekerden - te bepalen onder welke voorwaarden (acceptatie, premiehoogte, kortingen) zij een aanvullende ziektekostenverzekering aanbieden. Het gaat hier om zuiver particuliere verzekeringen waar ik op grond van Europese regelgeving geen bemoeienis mee kan en mag hebben. De suggestie van de Stichting grensarbeid, als zou de aanwijzing van CZ louter op grond van financiële overwegingen hebben plaatsgevonden, wekt mijn bevreemding. Er heeft een aanbestedingsprocedure plaatsgevonden waarbij de door verschillende zorgverzekeraars ingediende offertes zijn beoordeeld op criteria als aantoonbare ervaring en kennis, het plan van aanpak voor de uitoefening van de functie alsmede de prijs/kwaliteitverhouding. Uit de beoordeling van de offertes op al deze criteria kwam CZ als beste optie naar voren. In de periode voorafgaand aan 2006 ontving de Stichting grensarbeid géén klachten in bovenbedoelde zin. De Stichting grensarbeid beveelt dan ook aan de situatie van voor 2006 te herstellen, zodat grensarbeiders en hun gezinsleden weer vrij kunnen aansluiten bij een Nederlandse verzekeraar naar keuze. De leden van de VVD-fractie vragen of de regering kan aangeven of hij dit kan honoreren en, zo neen, waarom niet. In vergelijking met de situatie onder de Ziekenfondswet kent de Zvw een meer gecompliceerde implementatie van het aansprakenpakket. Verzekerden kunnen op basis de wet kiezen uit een veelheid van polisvarianten afhankelijk van het aanbod van verzekeraars. Het is aan de verzekeraar te beslissen welke polisvarianten hij aanbiedt. Verzekeraars kunnen verder polisvarianten aanbieden die wat natura of restitutie betreft per provincie en per zorgvorm kunnen verschillen. Het is in het belang van de buitenlandse verzekerden die in Nederland zorg krijgen en van de buitenlandse verzekeringsinstellingen dat er over de inhoud en de omvang van de aanspraken geen onduidelijkheid bestaat. Om die reden is er in overleg met de Europese Commissie en de overige lidstaten voor gekozen om één orgaan van de woonplaats aan te wijzen. CZ biedt de zorg in natura waardoor de buitenlandse verzekerden geen omkijken hebben naar de afrekening van de zorg. Ik ben van mening dat hiermee een situatie is geschapen die betrokkenen en buitenlandse verzekeringsinstellingen zowel duidelijkheid als gemak verschaft. Gezien het bovenstaande zal ik de aanbeveling van de Stichting grensarbeid niet overnemen. -Asielzoekers met een verblijfsvergunning die worden opgevangen door het COA De minister zegt toe in overleg te treden met de staatssecretaris van Justitie over de samenloop van regelingen, waardoor asielzoekers met een verblijfsvergunning - wonend in het asielzoekerscentrum - dubbel zijn verzekerd. Wanneer is dit opgelost, zo vragen de leden van de VVD-fractie, aangezien de situatie nu toch al enige tijd bestaat. Een antwoord op deze vraag is gegeven in antwoord op de vraag van de leden van de leden van de CDA-fractie naar de oplossing die is gevonden voor de centraal opgevangen asielzoekers met een verblijfsvergunning. Voorlichting De regering stelt dat, ondanks de inspanningen van de Nederlandse overheid, de voorlichting door een groot deel van de betrokkenen als onvoldoende is ervaren. De leden van de VVD¬fractie constateren dat hier sprake is van een understatement. Zij vinden het ook jammer dat hier niet gewoon wordt toegegeven dat de voorlichting aanvankelijk enorm is onderschat, en dientengevolge onder de maat is geweest: want niet tijdig. Voorts zijn deze leden van mening dat, na opstartproblemen, een grote inspanning is verricht om de zaken goed op de rails te krijgen. Verder stelt de regering dat over de regeling inzake de ziektekostendekking voor Nederlandse gepensioneerden in de Nederlandse Antillen in het kader van de doelgroepgerichte voorlichting uitgebreide voorlichting ter plaatse wordt gegeven. Dat is deze leden inmiddels bekend, waarop zij ook met grote verontwaardiging hebben gereageerd. Het desbetreffende wetsvoorstel is pas zeer recent bij de Kamer ingediend, en moet nog door het parlement worden behandeld. De leden van de VVD-fractie vinden de werkwijze van de regering, als doet de behandeling in het parlement er niet toe, schokkend. Zij wijzen het kabinet erop dat in een parlementaire democratie een wetsvoorstel door het parlement moet worden aangenomen alvorens deze in werking treedt. Zij hebben via de vaste commissie om opheldering gevraagd, maar gezien deze passage in het Masterplan ligt het voor de hand dat de regering er op deze plaats eveneens uitgebreid op ingaat, zo stellen deze leden. Op 27 februari heb ik met de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in aanwezigheid van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, overleg gehad over de voorlichtings- en inschrijvingsactiviteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van de Antillenregeling. Ik verwijs op deze plaats kortheidshalve naar mijn afzonderlijke brief over dit onderwerp.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dr. A. Klink