Nederland heeft per 01/01/2006 een nieuwe zorgverzekering ingevoerd. Deze zorgverzekeringswet is een sociale verzekering uitgevoerd door Nederlandse private verzekeraars en een ieder die in Nederland woont/werkt is verplicht zich bij deze zorgverzekering aan te sluiten.
Omdat Nederland er niet voor heeft gekozen deze zorgverzekering exportabel te maken zullen alle in Belgie wonende gepensioneerden met een wettelijk pensioen zoals AOW, AWW etc. uit Nederland niet onder de werking van de Nederlandse zorgverzekeringswet vallen. Zij zijn verplicht zich aan te melden bij het CVZ in Nederland en kunnen nadat zij van het CVZ een E-121 formulier hebben ontvangen zich vrijwillig bij een Belgisch ziekenfonds naar keuze aanmelden en verkrijgen dan recht op alle basiszorg van het Belgische ziekenfonds.
Nederland heeft zich via internationale verdragen verplicht jaarlijks een forfaitair bedrag aan het bevoegde Zorgorgaan van Belgie voor deze zorg te betalen.
Omgekeerd zal Nederland voor de verkregen zorg bij de gepensioneerde via de SVB en andere pensioenorganen een verplichte zorgbijdrage inhouden.
Let u op bij het woordje verplicht. Ook wannneer u niet van uw verdragsrecht gebruik wil maken d.w.z. wanneer u zich niet met een E-121 formulier bij een ziekenfonds aanmeldt bent u toch verplicht deze zorgbijdragen aan Nederland te betalen. U heeft dus wel de keuze om al of niet van uw verdragrecht gebruik te maken en bv. een particuliere verzekering af te sluiten maar de verplichte zorgbijdrage aan Nederland zult u altijd moeten betalen.
Een probleem ontstond toen bleek dat deze zorgbijdrage die is afgeleid van de zorgbijdragen die men in Nedrland betaald ten opzichte van de verzekerde zorg in Belgie te hoog was. De reden was dat Nederland weliswaar met een korting van 30% ook de AWBZ premie aan deze verdragsgerechtigden in rekening bracht. Deze AWBZ hulp is wel in Belgie aanwezig maar niet in de vorm van een verzekering met bijbehorende premies maar komt afhankelijk van het inkomen geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening. Daar kan men dus geen bijdragen voor aan Nederland betalen. Dat vond de rechter in kort geding in het voorjaar van 2006 ook en sprak als vonnis uit dat er niet meer mocht worden ingehouden dan werkelijk aan verzekerde zorg in vergelijk met Nederland wordt aangeboden.
Daar het volgens het ministerie VWS ondoenlijk is om voor alle landen exact de geleverde sociale zorg te bepalen werd er gekozen voor de formule van de woonlandfactor.
De woonlandfactor is het quotient van de gemiddelde zorgkosten van alle personen in het woonland gedeeld door de gemiddelde zorgkosten van alle personen in het pensioenland. Door o.a. de AWBZ component zijn de gemiddelde zorgkosten in Nederland hoger dan in België. Daardoor ontstaat voor 2008 voor België een woonlandfactor van 0,6168.
In principe is de formule van de woonlandfactor een goede formule om een eerlijke manier van zorgbijdragen te realiseren naar rato van de aangeboden verzekerde zorg in het woonland
Men kan natuurlijk discussiëren of de wijze van berekenen van de woonlandfactor d.m.v. de gemiddelde kosten van alle verzekerden juist is. De stichting SBNGB vindt van niet en wil de woonlandfactor realiseren d.m.v. de gemiddelde kosten van gepensioneerden in het woonland gedeeld door de gemiddelde kosten van gepensioneerden in het pensioenland. Deze eis is door de rechter in Amsterdam ongegrond verklaard en de stichting is als laatste mogelijkheid in hoger beroep gegaan bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
De uitspraak van deze hoogste rechter is definitief daar er geen verdere beroepsmogelijkheden voor deze zaak daarna meer openstaan. Het pensioenland is bevoegd tot toepassing van de woonlandfactor. De rechter kan alleen beoordelen of de wijze van berekenen in strijd is met het recht zoals het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van in het buitenland wonende gepensioneerden c.q. het verbod op willekeur.
Prejuditieële vragen kunnen door de rechter over deze zaak niet aan het Hof van Justitie in Luxemburg worden gesteld daar deze zaak het Europees recht niet raakt.
VNGB Informatiecentrum Jan Steenkist 31 maart 2008.