De stichting SBNGB strijdt momenteel juridisch voor twee zaken bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. De eerste zaak is het z.g. keuzerecht en de tweede zaak is de woonlandfactor althans de wijze van berekenen daaarvan. De Hoger Beroepschriften voor beide zaken zijn op 22 februari 2008 bij de Centrale Raad van Beroep ingediend.
Het door de Stichting nagestreefde keuzerecht betekent dat U na het verkrijgen van het keuzerecht het recht heeft om te kiezen of U volgens de Europese Verordening 1408/71 verdragsgerechtigd verzekerd wilt zijn d.w.z. gebruik maakt van het sociaal zorgpakket in uw woonland en U de door Nederland vastgestelde bijdragen vermenigvuldigd met de woonlandfactor betaald of dat U hier niet voor kiest en U zich particulier verzekerd bij een naar keuze Nederlandse of buitenlandse verzekeraar.Het spreekt vanzelf dat hoe hoger de woonlandfactor hoe minder behoefte er aan een particuliere verzekering zal zijn.
Met een woonlandfactor voor Belgie van 0,6168 zal er bij het toekennen van een keuzerecht weinig belangstelling bestaan om afstand te doen van het verdragrecht en zich particulier te verzekeren.
Waarom zullen de meeste personen in Belgie zich bij een keuzerecht niet particulier verzekeren.
Het is niet waarschijnlijk dat de Nederlandse particuliere verzekeraars hun polissen nog tegen de oude vóór 01/01/2006 geldende voorwaarden en premies zullen aanbieden. Zij zullen evenals particuliere verzekeraars in Belgie en andere landen hoge leeftijdspremies vragen en uitsluitingen en wachttijden aanhouden.
De kwaliteit van de gezondheidszorg via de ziekenfondsen is in Belgie van een goed tot zeer goed niveau en de hoogte van de eigen bijdragen ( remgeld) zijn door de wet Maximum Factuur aan een maximum gebonden.
De zorgbijdragen aan Nederland worden in Belgie gezien als sociale premies en zijn geheel fiscaal aftrekbaar van de personenbelasting.
Wanneer men bij het toekennen van het keuzerecht er voor kiest om zich particulier te verzekeren en afstand te doen van het verdragsrecht dan zal met grote waarschijnlijk een latere terugkeer naar het verdragsrecht onmogelijk zijn of misschien alleen in zeer dwingende gevallen worden toegestaan.
Het afsluiten van een z.g. hospitalisatieverzekering zal boven de 65 jaar weliswaar niet meer mogelijk zijn maar zal door het goede standaardziekenfondspakket gekoppeld aan de wet Max. Factuur veelal niet onoverkomelijk hoeven te zijn. De hospitalisaitie verzekering is voor een groot deel een luxe verzekering en een dergelijke verzekering zit ook niet in het basiszorgpakket van Nederland. Ook daar bestaat er voor de aanvullende verzekeringen geen acceptatieplicht. Om deze verzekeringskosten dan ook in een prijsvergelijking met Nederland te laten meewegen is niet correct.
De rechten op verzekerde AWBZ hulp zijn vervallen of waren ook vóór 01/01/2006 al niet meer aanwezig. Het verschil met Nederland is dat in Belgie deze zorg wel aanwezig is maar dat dit geen verzekerde hulp is. Men moet het geheel of voor een deel zelf betalen. De prijzen zijn over het algemeen van een acceptabel niveau.
De meeste van de voor 01/01/2006 vanuit Nederland ziekenfondsverzekerden betalen nu na de invoering van de woonlandfactor en de eventuele zorgtoeslagen een acceptabele zorgbijdrage.
Voor elk jaar dat men verdragsgerechtigt bij een Belgisch ziekenfonds verzekerd is zal bij een eventuele terugkeer naar Nederland de wachttijd van 12 maanden voor verzekerde AWBZ hulp met een maand worden verminderd. Zegt u nooit: ik ga toch nooit meer terug naar Nederland want er zou zelfs onverhoopt een situatie kunnen ontstaan dat anderen dat voor u beslissen..
Gepensioneerde Nederlandse emigranten die na 01/01/2006 naar Belgie verhuizen verliezen hun Nederlandse zorgverzekeringsrechten en AWBZ zorgrechten. Bij een keuzerecht moeten zij kiezen voor een aansluiting bij het Belgische ziekenfonds via het verdragsrecht of een particuliere verzekering. Daar zij niet aan een particuliere verzekering dan ooit hebben deelgenomen zullen ook zij bij het afsluiten ervan worden geconfronteerd met hoge leeftijdspremies, uitsluitingen en wachttijden. Ook het niet kunnen afsluiten van een hospitalisatieverzekering hoeft geen belemmering te zijn. Meer dan de helft van de Belgen heeft een dergelijke verzekering niet eens. De meerderheid zal dus voor het verdragsrecht kiezen.
Uit het bovenstaande mogen we afleiden dat een keuzerecht zoals dat door de Stichting SBNGB wordt nagestreefd voor België behoudens indien men er een democratisch recht aan wil verbinden of persé niet aangesloten wil zijn bij een sociaal zorgstelsel van weinig belang is.