Home
Zoek op kernwoord
Actueel nieuws
Zorgverzekering Belgie
Pensionado's
VWS Monitor 2010
Verslag advocaat Pijnacker Hordijk van de zitting EHvJ
Aantekeningen bij de pleitnota van de advocaat van de SBNGBB
Correctie Jaarrekeningen CVZ
Voorlichtingsavond Nederlandse gepensioneerden op 26 april 2010
Uit een brief van het CVZ
Nieuw beleid verdragsgerechtigden wonend in buitenland
CM en de reisverzekeringen
VWS Verzekerdenmonitor
Chaos bij CVZ
Centrale Raad voor Beroep Pleitnota
Woonlandfactor 2009
Medisch toerisme stijgt dramatisch de komende 10 jaar
Hoger Beroep CRvB
Restitutie teveel betaalde bijdrage
Behandeling in Nederland voor Pensionado's
ziektekosten v. reisverzekering buiten Europa
Conceptrichtlijn van de EC over de grensoverschrijdende zorg.
Aanvullende mededeling van de EC op de concept-richtlijn
Verslag gesprek met CM over reisverzekeringen
Stichting SBNGB
Woonlandfactor
Keuzerecht
Processen
Bezwaarschriften
Parlement en Ministerie
Brieven en mededelingen
Pensioenfondsen
SBNGB antwoordt op Masterplan
Antwoord Minister Masterplan (1)
Antwoord Masterplan (2)
Antwoord Masterplan (3)
Antwoord Masterplan (4)
Antwoord Masterplan Conclusie (1)
Antwoord Masterplan Conclusie (2)
Brief SBNGB aan minister Klink 7 dec 2007
CVZ Verweerschrift 24 april
SVB Verweerschrift 24 april
Naar het ziekenhuis, wat nu...
Emigreren op oudere leeftijd
Europa
Wetten
Beleggen en investeren
Diversen
Forum
NederBelgisch Blog
Abonneren Nieuwsbrief
Contact
Links
Archief
   
 


STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND (SBNGB)
Secretariaat: Apartado 59, Carrer dels Arbocers 65, 03740 Gata de Gorgos (Alicante), Spanje. Telefoon 0034 966074023 Email MrJHueber@cs.com 

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Altea, 1 april 2008.

Betreft: Brief minister Dr. A. Klink  kenmerk Z/VV-2836626  d.d. 27 maart 2008.

Geachte mevrouw,

In bovengenoemde brief gaat de minister in op schriftelijke vragen over het Masterplan Buitenland. Onze Stichting wordt in dat verband ook genoemd door de minister als een orgaan waarmede overleg is gevoerd. Wij willen daar graag een paar opmerkingen over plaatsen alsmede ingaan op een aantal zaken waarover de minister naar onze mening een niet geheel correcte voorstelling van zaken geeft. Wij zullen daarbij dezelfde volgorde hanteren die de minister heeft gebruikt.

Het verheugt ons bijzonder dat Nederland een aanzet heeft gegeven tot coördinatie van belastingheffing en premieheffing met betrekking tot de kosten van de gezondheidszorg in de Europese Unie. Wij willen daar graag onze medewerking aan verlenen.

De minister schrijft wat badinerend over het deel van de “pensionado´s”  dat bezwaar maakt tegen de wijze van toepassing van de Europese sociale zekerheidsverordening. Het zou slechts om 3000 personen gaan op een totaal bestand van circa 200.000. In de eerste plaats heeft de minister buiten beschouwing gelaten de circa 2000 à 3000 bezwaarschriften die door het CVZ op formele gronden, in aansluiting op de uitspraak van de Raad van State niet ontvankelijk zijn verklaard. Het wachten is slechts op een mogelijkheid om opnieuw bezwaarschriften in te dienen bij het CVZ die wel behandeld zullen moeten worden. Bovendien is er geen sprake van 200.000 “pensionado´s” maar zoals door het ministerie eerder is gemeld een groep van circa 100.000 à 130.000. Grensarbeiders met hun eigen problematiek vallen niet onder deze categorie. Bovendien is het slechts het topje van de ijsberg. De onvrede gaat verder dan de paar duizend mensen die een bezwaarschrift hebben ingediend.

De Rechtbank Amsterdam heeft niet gesteld dat er sprake is van een verplichting. Ook de minister zelf geeft aan dat er geen sprake is van een verplichte inschrijving. Zie het gestelde op blz. 4 en 5 van de brief van de minister waarin hij letterlijk zegt “Om hun aanspraak op zorg in het buitenland te kunnen effectueren dienen zij zich in te schrijven bij het (buitenlands) orgaan van de woonplaats. Ik kan hen daartoe evenwel niet dwingen”.

De Rechtbank heeft overigens ter zitting veel aandacht besteed aan het feit dat Nederland geen inhoudingen mag plegen als er geen kosten worden doorbelast door het woonland. In het vonnis is daar evenwel niets over gezegd.  Dit punt komt bij het ingestelde beroep bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht opnieuw ter sprake en wordt ondersteund door jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.

Op blz. 3 zegt de minister dat er meermalen is gecorrespondeerd met de belangengroep KB 746 en onze Stichting en dat er met ons ambtelijk overleg heeft plaatsgevonden.  De werkelijkheid is dat wij in de loop van het jaar 2006 en 2007 meerdere malen om een onderhoud hebben verzocht. Op 7 september 2007 hebben wij de minister schriftelijk zeer uitgebreid geïnformeerd over onze problemen die zijn ontstaan door de invoering van de Zorgverzekeringswet. Eerst op 22 november 2007 hebben wij een onderhoud gehad op het ministerie waar men ons heeft aangehoord. Aan het eind van dat onderhoud kregen wij een exemplaar van het Masterplan  Buitenland overhandigd dat die dag werd gepubliceerd.  De minister stelt daarin dat alle problemen zijn opgelost. Feitelijk is er echter niets veranderd sinds de invoering van de Zvw met uitzondering van een door de rechter afgedwongen aanpassing van de bijdragen.  Men kan dit toch nauwelijks een vorm van overleg noemen.

Op blz. 4 zegt de minister “In het buitenland wonende verdragsgerechtigden worden niet met een verplicht eigen risico geconfronteerd”.  Dit is niet correct. Er zijn landen waar men wel degelijk met een eigen risico wordt geconfronteerd zoals de minister ook zelf opmerkt op blz. 14.

Overigens wordt bij de berekening van de te betalen bijdrage een nominale premie gehanteerd van € 1200, dit terwijl die gemiddeld voor Nederland slechts € 1047 bedraagt. Zie hiervoor de berekening op blz. 10. Hier wordt kennelijk rekening gehouden met een eigen bijdrage van € 153, meer dus dan in Nederland wordt geëist. Op ons verzoek om toelichting is hierover niet gereageerd.

Op blz. 6 wordt ingehaakt op de beperking van de wettelijke sociale verzekering tot de ingezetenen van Nederland en wordt gesteld: “De regering stelt zich daarbij op het standpunt dat de overheid niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het bieden van een verplichte sociale verzekering in het kader van de volksverzekeringen voor niet-ingezetenen”.  Het zou inderdaad te ver voeren als Nederland volksverzekeringen voor niet-ingezetenen zou invoeren. De overheid kan echter wel verantwoordelijk worden gehouden voor het laten beëindigen van particuliere verzekeringen via de I en A wet ZVW art 2.5.2.2, zonder dat voor die groep personen adequate alternatieven werden en worden aangeboden. Een eenvoudige berekening toont aan dat de betrokken verzekeringsmaatschappijen daarmee een jaarlijks voordeel hebben verkregen van ca € 75 miljoen ten koste van “pensionado´s”. Overigens zegt de minister op blz. 32 “Het gaat hier om zuiver particuliere verzekeringen waar ik op grond van Europese regelgeving geen bemoeienis mee kan en mag hebben”.   Kennelijk kan dat wel als het de minister goed uitkomt.

De interpretatie die de minister geeft aan het dictum van het arrest van Pommeren is pertinent onjuist. Het dictum bepaalt slechts dat als er een vrijwillige verzekering wordt geboden de voorwaarden niet ongunstiger mogen zijn dan bij de gelijkwaardige verplichte verzekering. Er wordt helemaal niet gesteld dat alle verplichte verzekeringen ook vrijwillig zouden moeten worden aangeboden.  Het is dus wel degelijk mogelijk voor een bepaalde tak van sociale verzekering een vrijwillige verzekering aan te bieden. Ook EU Verordening 883/2004 verbiedt dat niet. Deze stelt helemaal niet dat uitsluitend de verplichte woonlandverzekering van toepassing moet zijn. 

Het is wel degelijk een keuze van de Nederlandse regering geweest om de voormalig particulier verzekerden onder de werkingssfeer van de Verordening te brengen. Voor 1 januari 2006 bestond de verordening in dezelfde vorm. De particulier verzekerden vielen toen niet onder de werkingssfeer van de Verordening.  Het is de wijze van invoering van de Zvw die de wijziging tot stand heeft gebracht en dat was geenszins een uitvloeisel van de Verordening. Bovendien heeft de Nederlandse regering geheel tegen de regel en de gedachte achter de Verordening er een verplichting van gemaakt terwijl er slechts sprake is van een recht. Een verplichting die volgens Nederland bestaat uit het betalen van een bijdrage ook als daar geen kosten tegenover staan. Slechts het woonland kan bepalen welke eisen zij stelt. Dat is geregeld in de Europese richtlijn 38/2004.

De premielast voor Spanje zoals opgenomen in Tabel I is niet correct. Dit moet zijn:
AWBZ: inkomensafhankelijke bijdrage  35,88 % van de netto AWBZ bijdrage =   €  314
Zvw:     nominale premie 35,88% van € 1200 =                                                  €  431
Inkomensafhankelijke bijdrage35,88 % van € 1287 =                                         €  461
Zorgtoeslag 0
                                                                                                                  ------
Totaal  premielast 65+ alleenstaande  met een inkomen van  € 20.000              € 1206

De minister heeft de volgende fouten gemaakt. In de eerste plaats is de woonlandfactor  0,3588 en geen 0,3358. In de berekening is overigens wel de goede woonlandfactor toegepast. Op de netto AWBZ bijdrage werd geen woonlandfactor toegepast. De Zorgtoeslag is voor Spanje niet van toepassing na de laatste aanpassing van de wet op de Zorgtoeslag.  Ook hier geeft de minister geen blijk van een zorgvuldige toepassing van regels en wetten. Overigens hebben wij dit ook al opgemerkt en gemeld over de bijlage bij het Masterplan. De daarin vermeldde betalingen en ontvangsten kunnen onmogelijk juist zijn zoals door ons eerder aangetoond in onze reactie op het Masterplan.

Tevens toont dit voorbeeld aan dat de toepassing van de woonlandfactoren niet klopt. De opzet daarvan was dat bijvoorbeeld in Spanje de betreffende man 35,88% zou moeten betalen van wat iemand met een gelijk inkomen in Nederland voor zijn zorgkosten zou dienen te betalen. Welnu in het voorbeeld betaalt de man in Nederland na aftrek van de zorgtoeslag € 2669. De man in Spanje betaalt € 1206, dat is 45,19% van wat de man in Nederland kwijt is, aanmerkelijk meer dan de bedoeling was bij de invoering van de woonlandfactoren. Dit wordt veroorzaakt door een onjuiste berekening van de zorgtoeslag, waarop wij uitvoerig hebben gewezen met onze notitie van 22 januari 2007 aan de vaste commissie VWS en de te hoge nominale premie van € 1200 waarmede is gerekend.

Over de Europese ziekteverzekeringskaart zegt de minister op blz. 15 “Daar ontbreekt ook de rechtsgrondslag voor: de Europese regelgeving op dit punt verplicht de zorgverzekeraars alleen tot afgifte op verzoek van de verzekerde”.  Wij willen u er graag op wijzen dat dit ook geldt voor het afgeven van een E 121 formulier. Toch wordt dit wel verplicht gesteld door de minister.  De toepassingsverordening 574/72 zegt letterlijk in artikel 29:

TOEPASSING VAN ARTIKEL 28 VAN DE VERORDENING (EU verordening !408/71)
ARTIKEL 29
VERSTREKKINGEN AAN PENSIOEN - OF RENTETREKKERS EN AAN HUN GEZINSLEDEN DIE HUN WOONPLAATS NIET HEBBEN IN EEN LID-STAAT , WAARVAN DE WETTELIJKE REGELING HUN RECHT OP VERSTREKKINGEN GEEFT
1 . OM OP HET GRONDGEBIED VAN DE LID-STAAT WAAR HIJ WOONT , IN AANMERKING TE KOMEN VOOR VERSTREKKINGEN KRACHTENS ARTIKEL 28 , LID 1 , VAN DE VERORDENING , IS DE PENSIOEN - OF RENTETREKKER VERPLICHT ZICH EN ZIJN GEZINSLEDEN TE DOEN INSCHRIJVEN BIJ HET ORGAAN VAN DE WOONPLAATS , ONDER OVERLEGGING VAN EEN VERKLARING WAARIN WORDT BEVESTIGD DAT HIJ KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING OF KRACHTENS EEN DER WETTELIJKE REGELINGEN OP GROND WAARVAN EEN PENSIOEN OF RENTE VERSCHULDIGD IS , VOOR ZICHZELF EN VOOR ZIJN GEZINSLEDEN RECHT OP GENOEMDE VERSTREKKINGEN HEEFT .
2 . DEZE VERKLARING WORDT OP VERZOEK VAN DE PENSIOEN - OF RENTETREKKER DOOR HET ORGAAN OF EEN DER ORGANEN DIE PENSIOEN OF RENTE VERSCHULDIGD ZIJN OF , IN VOORKOMEND GEVAL , DOOR HET ORGAAN DAT OVER HET RECHT OP VERSTREKKINGEN MOET BESLISSEN , AFGEGEVEN , ZODRA DE PENSIOEN - OF RENTETREKKER VOLDOET AAN DE VOORWAARDEN VOOR HET INGAAN VAN HET RECHT OP DEZE VERSTREKKINGEN . INDIEN DE PENSIOEN - OF RENTETREKKER DE VERKLARING NIET OVERLEGT , VERZOEKT HET ORGAAN VAN DE WOONPLAATS HET ORGAAN OF DE ORGANEN DIE HET PENSIOEN OF DE RENTE VERSCHULDIGD ZIJN OF , IN VOORKOMEND GEVAL , HET HIERTOE GERECHTIGDE ORGAAN DAAROM . IN AFWACHTING VAN DE ONTVANGST VAN DEZE VERKLARING KAN HET ORGAAN VAN DE WOONPLAATS DE PENSIOEN - OF RENTETREKKER EN ZIJN GEZINSLEDEN VOORLOPIG INSCHRIJVEN OP VERTOON VAN DE DOOR DIT ORGAAN TOEGELATEN BEWIJSSTUKKEN . DEZE INSCHRIJVING IS VOOR HET ORGAAN DAT DE KOSTEN VAN DE VERSTREKKINGEN MOET DRAGEN SLECHTS BINDEND , WANNEER LAATSTGENOEMD ORGAAN DE IN HET LID 1 BEDOELDE VERKLARING HEEFT AFGEGEVEN .

Waarom vindt de minister dat hij hier wel een rechtsgrondslag heeft terwijl de toepassingsverordening duidelijk zegt dat als je in aanmerking wil komen voor verstrekking (het is dus een recht en geen verplichting) moet je een verklaring (in casu een E121 formulier) aanvragen. Met andere woorden als je er niet voor in aanmerking wil komen vraag je dat formulier niet aan.

Evenals in het geval van het arrest Nikula past de Nederlandse regering de Europese regelgeving slechts toe wanneer het haar uitkomt. Het is niet voor niets dat de Europese commissie een infractieprocedure is gestart.

Het verheugt ons te constateren dat de minister op blz. 18 toegeeft dat de verhouding tussen de kosten en de opbrengst voor verdragsgerechtigden ongunstiger is dan voor gepensioneerden in Nederland. Wel moeten wij constateren dat het verschil groter is dan de minister suggereert. Dit hebben wij eerder aangegeven in onze notitie “Solidariteit en woonlandfactoren” die we hebben toegestuurd aan de vaste commissie VWS en de minister.             

Op blz. 22 zegt de minister “Met de invoering van de Zvw is de particuliere verzekeringsdekking vervallen voor zover deze is opgegaan in de dekking van de Zvw respectievelijk de verdragsdekking. De overige dekking is daarbij in aanvullende zin in stand gebleven”.

Zoals reeds meerdere malen betoogd is de verdragsdekking inferieur aan de vervallen particuliere verzekeringen en is de overige dekking niet in stand gebleven. Zoals de vorige minister in uw Kamer heeft gezegd “Ik kan de verzekeringsmaatschappijen niet dwingen”. 

Op blz. 24 zegt de minister dat de verdragsgerechtigden niets te maken hebben met het Nederlands verplicht eigen risico, maar dat zij alleen te maken hebben met eventueel in dat land geldende eigen betalingen. Wel nu die eigen betalingen zijn in sommige gevallen veel hoger dan het Nederlands eigen risico, zonder dat hiermede bij de vaststelling van de woonlandfactoren of de zorgtoeslag rekening wordt gehouden. Bovendien wordt bij de berekening van de bijdrage uitgegaan van een nominale premie van € 1200 waarin een eigen risico van € 153 zit verdisconteerd. Wederom een vorm van dubbele betaling.

Wij kunnen ons volledig vinden in hetgeen gezegd wordt op blz. 30 onder het hoofd Nederlandse Antillen en Aruba. Ook daar bestaan grote bezwaren tegen een verplichte verdragsdekking.

De oplossing is simpel. Zoals wij in een brief aan de minister van  28 februari 2008 hebben aangegeven is het voor alle partijen voordeliger om voor “pensionado´s” een mogelijkheid te scheppen op vrijwillige basis deel te nemen aan de Zvw op restitutiebasis,  zonder de verplichting tot deelname aan de AWBZ. Het kost Nederland minder dan de huidige regeling, herstelt de afgepakte solidariteitsrechten en geeft ook de “pensionado´s” de zo terecht hoog geroemde vrije keuzemogelijkheid.  Het sociale gezicht van Nederland wordt hiermede hersteld.

Graag zijn wij bereid om een positieve bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen waaraan tot op heden niets is gedaan.
 
Hoogachtend,
namens het bestuur van de SBNGB
C.H. van der Wiel, voorzitter

(empty)
 
   
 
Top