Onderstaande tekst uit het CM verslag van de bijeenkomst met VNGB d.d.24 september jl.
Aanleiding tot de brief d.d. 16 juni 2008 van CM aan de bij hun ziekenfonds volgens verdragsrecht aangesloten personen.
CM haalt aan dat er sinds jaren getouwtrek bestaat tussen België en Nederland omtrent de precieze dekking, ten laste van Nederland, voor de buiten Nederland wonende grensarbeiders, postactieven en hun personen ten laste.
Op het overleg België-Nederland van maart 2007 werd de kwestie dan terug aangehaald. België stelde de vraag of de door Nederland aangeduide verdragsgerechtigden al dan niet recht hebben op de toepassing van de Nederlandse bilaterale verdragen? CVZ antwoordde dat de verdragsgerechtigden geen aanspraken hebben ten laste van de Nederlandse sociale zekerheid
Gezien er nadien, na lezing van een Nederlandse handleiding over rechten in het buitenland, er in België opnieuw twijfel ontstond omtrent de tussenkomst voor verdragsgerechtigden werd in het najaar 2007 door het RIZIV dezelfde vraag aan CVZ gesteld met hetzelfde antwoord als gevolg. In de huidige handleiding van CVZ (versie maart 2008) wordt het in 2007 ingenomen standpunt bevestigd
Anderzijds heeft het RIZIV op 07-06-2007 de Belgische ziekenfondsen medegedeeld dat voor de in België wonende buitenlands gepensioneerden niet langer de Belgische, bilaterale verdragen van toepassing zijn. Eveneens werd de tussenkomst voor een dringende opname in een niet-verdragsland opgeheven.
CM benadrukt dat deze instructie niet enkel de Nederlands gepensioneerden betreft maar de hele groep van de in België wonende en met E 121 formulier ingeschreven buitenlands gerechtigden op een pensioen of uitkering. Het betreft dus geen uitsluitingen op basis van nationaliteit noch op basis van het land van verzekering. Gevolg van dit alles is dat, wanneer er voor de in het buitenland gemaakte ziektekosten geen tussenkomst kan gegeven worden in toepassing van een Belgische of buitenlandse verplichte ziektekostenverzekering, de statuten van de CM-reisbijstand dan een aanvullende tussenkomst uitsluiten.
De verwijzing in de brief van de CM naar een recente wijziging in de Nederlandse wetgeving is niet heel precies. Weliswaar ligt de invoering van de Zorgverzekeringswet op 01-01-2006 aan de basis van het onderscheid tussen zorgverzekeringsgerechtigden en verdragsgerechtigden, maar het zijn vooral de boven aangehaalde vergaderingen en uitspraken in 2007 en later die de directe aanleiding waren voor de brief.
CM deelde mede haar verantwoordelijkheid te hebben genomen en het onaangename nieuws gepubliceerd te hebben in haar mutualistische uitgaven zoals Visie en Straal en op de CM-website.
Om ook zoveel mogelijk betrokken personen individueel te bereiken hebben CM-Limburg, CM-Turnhout en CM-Antwerpen met een persoonlijke brief de Nederlands verzekerden op de hoogte gesteld.
Artikel 28 van Verordening 1408/71 VNGB stelt dat artikel 28 de buitenlands gepensioneerde dezelfde rechten toekent als de Belgische gepensioneerde. Het forfait dat Nederland betaalt aan België veronderstelt dat het de kosten dekt en dit niet alleen in het woonland of in één van de EER-landen of CH maar ook daarbuiten. CM twijfelt eraan dat, bij de berekening van het forfait, de buiten België gemaakte kosten voor deze specifieke categorie van verzekerden mede worden opgenomen en zal voor uitsluitsel contact opnemen met het RIZIV.
Naar de mening van het RIZIV draagt het artikel 28 echter niet verder dan een tenlasteneming van geneeskundige verzorging in de landen waar de Verordening van toepassing is (EER en CH). Het CVZ houdt er blijkbaar dezelfde mening op na. zie de mededelig op hun website dat u vor landen buiten de EER en CH een particuliere reisverzkering dient af te sluiten.
Anderzijds wordt door CM het feit opgeworpen dat België wel rechten toekent aan bv. de Belgisch gepensioneerde die in een ander EER-land of CH woont en daarbuiten geneeskundige verzorging geniet. De Belgische bilaterale verdragen kunnen dan eveneens van toepassing zijn. Nederland kent daarentegen de verdragsgerechtigden geen toepassing van haar bilaterale verdragen toe noch enige dekking in een niet-verdragsland.
Aan bod komt ook nog de in het Europees Parlement behandelde schriftelijke vraag van Mw Oomen-Ruijten (PPE-DE) en het antwoord hierop namens de Europese Commissie Deze vraag betrof de toepassing van het arrest Gottardo voor een in België wonende Nederlandse gepensioneerde en zijn rechten ten laste van het woonland in een derde land. Dit antwoord van de Commissie zal opnieuw de discussie rond de rechten i.t.v. artikel 28 openen. Naar aanleiding van dit antwoord heeft CM het RIZIV onmiddellijk om een nieuw standpunt gevraagd.
De volgende punten zijn met de CM afgesproken. - CM neemt contact op met het RIZIV om dit dossier toch verder uit te klaren en te proberen een oplossing te vinden voor deze groep van (niet-)verzekerden; - CM vraagt het RIZIV om contact op te nemen met het CVZ ifv oplossing; - CM bekijkt de mogelijkheid van uitbreiding van de dienst reisbijstand voor deze groep van klanten.