In de kwestie over de belastingheffing op AOW-uitkeringen aan Nederbelgen heeft belastingadviesbureau Henk Hoogstraten henk@kantoorhoogstraten.be bekend gemaakt dat België volgens het Hof van Beroep in Antwerpen het heffingsrecht behoudt. België kan echter op grond van de Belgische wet niet daadwerkelijk belasting heffen, omdat de AOW geen uitgesteld beroepsinkomen is. Wel moet het AOW pensioen tijdens wonen en werken in Nederland zijn opgebouwd.
Doordat Belgie op grond van het arrest van het Hof van Beroep volgens haar eigen interne wetgeving geen Personenbelasting mag heffen, behoort het AOW-inkomen ook niet tot de heffingsgrondslag voor de Gemeente belasting.
Belastingconsulenten adviseren de AOW uitkering voor het belastingjaar 2008 (inkomstenjaarinkomstenjaar 2007) niet op te geven op de aangifte personenbelasting en dat in een toelichting te motiveren door te verwijzen naar de uitspraak van het Hof.
Tegen de ontvangen aanslag 2007 (inkomstenjaar 2006) kan men binnen 6 maanden na datum van verzending van de aanslag een bezwaar indienen.
De dubbele belastingheffing
Vragen gesteld door Ria Oomen CDA-EVP Europees parlement
(empty)
De Nederlandse overheid stelt in haar Masterplan zorgverzekeringen buitenland dat gepensioneerden die in een Lidstaat ziektekostenbijdragen betalen over hun pensioen (art 28 Verordening 1408/71) en in een andere Lidstaat belasting over dit pensioen betalen, als het ware twee keer betalen indien de Lidstaat waar zij belasting betalen de gezondheidszorg geheel of gedeeltelijk via de fiscus financiert.
Het omgekeerde kan eveneens plaatsvinden. Regelmatig ontvang ik brieven van Europese burgers die hierdoor problemen ondervinden. Deze onevenwichtigheid vindt naar de opvatting van de Nederlandse regering ’zijn oorzaak in het feit dat er binnen Europa geen coördinatie plaatsvindt tussen enerzijds belastingheffing en anderzijds premieheffing voor de sociale verzekering. Nederland heeft hiervoor in de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van de Europese Unie aandacht gevraagd´. Nederland stelt dat: ‘ook de Europese Raad van ministers heeft zich uitgesproken over de onwenselijkheid van het genoemde ontbreken van coördinatie’. In het masterplan staat dat ‘de Europese Commissie inmiddels een initiatief heeft genomen om de kosten van medische zorg die wordt verleend aan migrerende werknemers tussen de lidstaten te verdelen op een wijze die meer dan thans het geval is, recht doet aan de premie die door de betrokkenen is betaald’.
1. Wordt door de Commissie de verschillen in financiering van de ziektekosten bij gepensioneerden - hetzij middels premies (b.v. Nederland) of via belasting (b.v. Zweden) - erkend en als een probleem ervaren zoals bovenstaand is beschreven? 2. Kan de Commissie inzicht geven in de discussies zoals deze gevoerd zijn c.q. worden in de Administratieve Commissie en de Europese Raad van Ministers? 3. Is de Commissie bereid om dit discoördinatieprobleem te onderzoeken en daarover te rapporteren aan het Europees parlement? 4. Kan artikel 36 lid 3 van 1408/71 toegepast worden door de lidstaten zodat de lidstaat die zijn ziektekostenstelsel financiert via belastingheffing - en alwaar de gepensioneerde belast wordt - afziet van de bekostiging door de lidstaat die op grond van art 28. de zorg van de gepensioneerde moet bekostigen. Is de Commissie van mening dat toepassing van dit artikel het probleem van dubbele heffingen kan oplossen? 5. Wordt het probleem van dubbele heffing niet opgelost door artikel 30 lid 2 van Verordening 883/04, dat bepaalt dat de woonstaat van de gepensioneerde woont geen premies, bijdragen of soortgelijke inhoudingen - dus ook fiscale heffingen - mag heffen indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de bekostiging van de ziektekosten voor de gepensioneerde? 6. Ziet de Commissie andere mogelijkheden om dit toch wel zwaarwegend probleem van dubbele heffingen te voorkomen? Is de Commissie van mening dat er sprake is van een belemmering van het vrije verkeer van personen?