Home
Zoek op kernwoord
Actueel nieuws
Zorgverzekering Belgie
Pensionado's
Wetten
De Nederlandse Zorgverzekeringswet
Verslag AO over de wijziging zorgverzekeringswet
De In- en Aanpassingswet Zvw
Wet op de Zorgtoeslag
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten AWBZ
De Europese Verordering 1408/71
Vaststelling van de wijze van toepassing EV 574/72
De nieuwe Europese Verordering 883/2004
Beleggen en investeren
Diversen
Forum
NederBelgisch Blog
Abonneren Nieuwsbrief
Contact
Links
Archief
   
 


Toekomst AWBZ - 8apr08

In een brief van 8 april j.l. schrijft de directeur van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-Raad) aan mevrouw Vliegenthart van de SER (Werkgroep Toekomst AWBZ) het volgende:

Geachte mevrouw Vliegenthart,
De Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-Raad) heeft met grote
belangstelling kennis genomen van de witte versie van het SER advies Toekomst
AWBZ. Wij hebben tijdens de hoorzitting op 3 april op hoofdlijnen aangegeven dat
de werkgroep naar de mening van de CG-Raad met dit advies zijn adviesopdracht
zeer goed heeft ingevuld.
Het conceptadvies verbindt uiteenlopende inzichten en opvattingen van
veldpartijen, uitvoerders en adviesorganen tot een realistische veranderingsagenda
voor de korte en middellange termijn. De resultaten hiervan bepalen het perspectief
voor de lange termijn. Het advies bouwt verder op de modernisering van de AWBZ.
Einddoel is een toekomstbestendig en effectief vraaggestuurd stelsel voor de
langdurende zorg.
Het advies biedt daarmee richting en houvast om doortastend verder te gaan. VWS
heeft hierbij de regierol. Op dit moment stagneren de ontwikkelingen omdat
essentiële beslissingen uitblijven in afwachting van het SER advies. Het SER advies
zou tot de noodzakelijke versnelling moeten leiden. Wij zullen dit ook kenbaar
maken aan de staatssecretaris en de Tweede Kamer.

Eigen regie
Voor ieder mens is eigen regie de belangrijkste voorwaarde voor de kwaliteit van
bestaan. Mensen met beperkingen vanwege handicap of chronische ziekte zijn in
hun dagelijkse leven en deelname aan de samenleving op alle levensgebieden,
afhankelijk van zorg en ondersteuning. De SER onderkent dit.
De kanteling van de inefficiënte institutionele aanbodregulering naar een doelmatige
cliëntvolgende bekostiging op basis van individueel maatwerk is de grootste stap.
De borging van de objectieve, onafhankelijk en integrale indicatiestelling is een
noodzakelijke voorwaarde voor realisatie van een passend zorgzwaartepakket en
toereikend cliëntvolgend budget om de zorg en ondersteuning te kunnen realiseren
van de vereiste kwaliteit. De cliënt krijgt keuzevrijheid over waar, hoe en door wie
de zorg wordt geleverd. De cliënt heeft een vrije keuze tussen Zorg in Natura (ZIN)
of een gelijkwaardig PGB, ook voor verblijf en behandeling.
Deze inhoudelijke omslag naar het cliëntniveau is noodzakelijk voor de
totstandkoming van een doelmatig systeem, waarmee de maximale
prijs/kwaliteitsverhouding in de zorg- en dienstverlening wordt bereikt.

Afbakening doelgroepen: ICF
In het advies wordt uitgegaan van een afbakening in doelgroepen, die aansluit bij
de grondslagen: ouderen en chronisch zieken, lichamelijke en zintuiglijke
gehandicapten, verstandelijk gehandicapten en mensen met psychiatrische
problematiek. Hoewel deze indeling de discussie wel verheldert, is deze ons inziens
niet consistent, omdat er ongelijke behandeling van mensen met vergelijkbare
beperkingen kan ontstaan.
Mensen met bijvoorbeeld een Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) hebben vaak
vergelijkbare beperkingen als mensen met verstandelijke en/of lichamelijke
beperkingen. Mensen met een progressieve spierziekte zijn wat betreft beperkingen
lichamelijk gehandicapt. Ook is er sprake van een complexe samenloop van
grondslagen. De problematiek van afbakening van doelgroepen speelt het veld ook
parten bij de zorgzwaartebekostiging.
De CG-Raad stelt daarom voor de ICF toe te passen 1 in de afbakening van de
groepen in relatie tot de aard en de omvang van de beperkingen en niet op basis
van primair grondslagen. De ICF wordt al wel toegepast bij de indicatiestelling,
maar de doorvertaling naar grondslagen werkt averechts.
Op basis van ICF kunnen cliëntprofielen worden gedefinieerd met toereikende
zorgzwaartepakketten. Hier ligt ook de verbinding met de definiëring van de
glasheldere polis en de wijze waarop functionele aanspraken wettelijk kunnen
worden omschreven. De ICF is hierbij onmisbaar. Dit vergt een nadere uitwerking.

Glasheldere polis en pakket
Het SER advies laat de uitwerking van het pakket over aan het CVZ. Echter juist
een heldere visie op het pakketbeheer is noodzakelijk voor de glasheldere polis.
Ook deze discussie is uiterst actueel. Op basis van een pakketomschrijving in
functionele aanspraken wordt vastgelegd welke problemen in het functioneren door
maatwerk effectief worden gecompenseerd binnen de verschillende wettelijke
domeinen. Hiervoor is een breed verstrekkingenpakket vereist, omdat dit maximale
ruimte schept voor de oplossingsrichtingen.
Uitgangspunt is dat het effectief oplossen van problemen in het functioneren van
mensen op termijn kosten bespaart. Dit lijkt haaks te staan op de denklijn dat
inkrimping van het verstrekkingenpakket nodig is vanwege kostenbeheersing. Het
effect hiervan is dat problemen in stand worden gehouden. Dit leidt tot
kostenstijgingen, vaak in andere domeinen.
De procesbeschrijving hulpmiddelenzorg 2 is een lichtend voorbeeld. De systematiek
daarvan kan toegepast worden op alle vormen van zorg en dienstverlening.
De Zorgverzekeringswet is gericht op kortdurende of intermitterende
herstelgerichte zorg (cure). De AWBZ op langdurige niet herstelgerichte zorg (care).
De Wmo op wonen en maatschappelijke participatie. Wanneer er sprake is van
ketenzorg en samenhang in de care en cure, moet per ziektebeeld worden
uitgewerkt welke behandelingen en interventies leiden tot de meest effectieve zorg
(maximale prijs/kwaliteitsverhouding). Hiervoor is de ervaringskennis van cliënten
onmisbaar binnen alle domeinen.

Samenhang en participatie
De SER stelt een éénduidige en scherpe afbakening voor ten aanzien van de
verantwoordelijkheid en bekostiging vanuit verschillende domeinen, zoals arbeid,
onderwijs en jeugdzorg om afwentelingproblematiek te voorkomen.
Binnen de verschillende domeinen moeten de financiële middelen beschikbaar zijn.
Dit is nog niet goed geregeld. Ook dreigt herhaling van een ingewikkelde discussie
met het CVZ over de inhoud en afbakening van de ondersteunende en activerende
begeleiding. Een mens is één geheel en kan niet opgedeeld worden in één of
meerdere hokjes, zeker ten aanzien van deze functies. Hoewel
verantwoordelijkheden en functionele aanspraken in verschillende domeinen
kunnen liggen, moet de cliënt hiervan geen last hebben. Het gaat erom dat zijn
problemen integraal, snel en goed worden opgelost. Hiervoor moet hij kunnen
aankloppen bij 1-loket. Wanneer dit niet goed gaat duikt een probleem op in een
ander domein en dat probleem is altijd groter. Alle betrokken partijen hebben
daarom een groot gezamenlijk belang bij effectieve samenwerking in het bieden
van maatwerk. De filosofie van het cliëntgebonden participatiebudget biedt hiervoor
oplossingen.

Herverkaveling aanspraken
In het advies wordt aangegeven welke doelgroepen en functies in de toekomst
mogelijk kunnen worden overgeheveld naar de ZVW en de Wmo. Het belang van
samenhang geldt ook voor een herverkaveling van delen van activerende en
ondersteunende begeleiding naar de Wmo en kortdurende op herstel gerichte zorg
naar de Zorgverzekeringswet. De gemeenten zullen nog een grote omslag moeten
maken. De huidige ervaringen in de Wmo zijn helaas zorgelijk.
De compensatieplicht moet naar de geest van de wet worden toegepast. Ook hier
geldt de kanteling van aanbod- naar vraagsturing. Van denken in collectieve sturing
in voorzieningen naar individueel maatwerk om problemen echt op te lossen in
samenspraak met de burger. Ook de verzekeraars zullen deze omslag moeten
maken. Nogmaals, voor de ontwikkeling van goede ketenzorg is de
ervaringsdeskundigheid van cliënten onmisbaar. Deze kennis wordt onvoldoende
benut. Er moeten garanties zijn dat de condities en randvoorwaarden voor een
cliëntvolgende bekostiging, onafhankelijke indicatiestelling, keuzevrijheid
zorgaanbieder, keuze PGB en Zorg in natura (ZIN) wettelijk zijn geborgd, voordat
delen vanuit de (langdurende) zorg uit de AWBZ overgaan naar de ZVW en de
Wmo. De evaluaties van de ZVW en de Wmo moeten hiervoor worden afgewacht.
In het advies ontbreekt een analyse ten aanzien van een herverkaveling van
huidige aanspraken uit de Wmo naar de ZVW en AWBZ. Dit betreft individuele
persoonsgebonden hulpmiddelen, in het bijzonder individuele
vervoersvoorzieningen. Deze passen beter in de ZVW of juist de AWBZ.
Een principiële keuze is hier noodzakelijk om in de toekomst
afwentelingproblematiek te voorkomen. Immers wanneer valt een rolstoel als
verstrekking binnen de AWBZ en wanneer de Wmo? Ook de keuze voor de ZVW is
hier denkbaar, omdat de hulpmiddelen binnen de ZVW vallen. De Wmo is de meest
onlogische. De Wmo zou beperkt moeten worden tot maatschappelijke participatie
en zelfstandig wonen, inclusief woningaanpassingen.

Zorginkoop
Er ontstaat een spanningsveld over de rol van de verzekeraar ten aanzien van de
zorginkoop bij de zorgaanbieders in relatie tot de cliëntvolgende bekostiging.
De vraag wordt opgeroepen hoe de verzekeraars in de toekomst om moeten gaan
met de normtarieven die door de NZa worden vastgesteld. Een cliënt heeft op basis
van zijn indicatie in een ZZP immers recht op een toereikend budget.
Zorginkoop bij cliëntvolgende bekostiging vindt dan ook niet meer plaats door
productieafspraken op basis van tarief en volume (oude aanbodregulering).
Wanneer cliënten overstappen van de ene naar de andere aanbieder gaat dit ten
koste van de omzet van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is hierbij primair
risicodragend en niet de verzekeraar. Wel kunnen er door verzekeraars afspraken
gemaakt worden met de zorgaanbieders over de te leveren kwaliteit en eventueel
hieraan te verbinden sancties. Dit vraagt om nadere uitwerking.
Een verzekeraar kan wél risico gaan lopen ten aanzien van de zorginkoop bij
kortdurende, op herstelgerichte zorg en samenloop van cure en care (ketenzorg)
die valt binnen de zorgverzekeringswet. Hierbij is de zorgverzekeraar risicodragend.

Eigen verantwoordelijkheid, eigen bijdragen
De cliënt (en/of diens vertegenwoordiger) heeft een grote rol en
medeverantwoordelijkheid om effectieve zorg te realiseren. Dit is een belangrijke
voorwaarde voor maatschappelijke solidariteit. De collectieve middelen moeten
immers goed zijn besteed.
Algemeen uitgangspunt voor de CG-Raad is dat meerkosten vanwege handicap of
chronische ziekte moeten worden gecompenseerd. Vanuit het oogpunt van
transparantie, solidariteit en een rechtvaardige lastenverdeling naar draagkracht
zijn de huidige eigen bijdrage regelingen binnen de AWBZ, ZVW en Wmo voor de
chronisch zieken en gehandicapten niet effectief en niet houdbaar. Bovendien
belemmeren de eigen bijdragen de participatie van velen met een laag inkomen.
Kijk bijvoorbeeld naar Wajongers, of jongeren die intramuraal verblijven. Dit
onderwerp is in het advies onderbelicht.
Wij hopen met onze reactie een bijdrage te leveren aan de afronding van het advies
en de discussie over de toekomst van de langdurende zorg.
Uitziend naar de definitieve versie,
Met vriendelijke groet,
A.A.R.G. Poppelaars
directeur


*********************************************************************************************************

Van AWBZ naar Wmo  - 1apr08

Op 1 januari 2007 treedt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking.
Tegelijk met de invoering van de Wmo,verandert ook de AWBZ. De belangrijkste veranderingen staan in deze Factsheet Ontwikkelingen in de AWBZ 2007. In de Wmo zijn enkele wetten pgegaan: de Welzijnswet,

(empty)

de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), de huishoudelijke verzorging uit de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten en delen uit de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz). Ook ondersteuning van de mantelzorg en vrijwillige thuiszorg zijn onderdeel van de Wmo inclusief de bijbehorende middelen.

Voor mensen die langdurige, zware zorg nodig hebben is en blijft er de AWBZ. Via de site www.info-wmo.nl van VWS kan iedereen informatie vinden over de wet die op 1 januari 2007 in werking treedt. Hier staan ook veel gestelde vragenen antwoorden over de Wmo. Op de site www.invoeringwmo.nl kunnen gemeenten en professionals terecht voor informatie over de Wmo.

Wijziging Besluit zorgaanspraken AWBZ: functie huishoudelijke verzorging vervalt Huishoudelijke verzorging vormt vanaf 1 januari 2007 niet langer een aparte functie in
het kader van de AWBZ. Vanaf die datum kan hulp bij het huishouden worden verkregen
via de gemeenten op basis van de Wmo.

Huishoudelijke verzorging zal dus niet langer apart in de toelating op basis van de Wet
toelating zorginstellingen (WTZi) worden vermeld. Zorginstellingen die uitsluitend huishoudelijke verzorging leveren, vallen per 1 januari 2007 zelfs helemaal buiten de AWBZ
en de WTZi. Deze instellingen hoeven dan ook geen toelating WTZi meer aan te vragen om die zorg op grond van de Wmo te mogen leveren. Zorgaanbieders dienen over een toelating ex WTZi te beschikken als zij zorg leveren die valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de AWBZ.

Wilt u de gehele tekst van dit Factsheet nog eens nalezen klik dan hier.

 
   
 
Top